Naar de inhoud
Havenmond tussen twee strekdammen, uitkijkend op ruim water

Friesland

Vaarbewijs halen in Friesland

Het Sneekermeer, het Heegermeer, de staande mastroute en achter de Afsluitdijk het IJsselmeer: nergens in Nederland liggen zoveel soorten vaarwater zo dicht op elkaar.

± 20 uur
studietijd
40
examenvragen
€ 53,15
CBR-examengeld
KVB 2
nodig op IJsselmeer en Wad

03Heb ik het nodig?

Wanneer heb je in Friesland een vaarbewijs nodig?

Op de Friese meren varen duizenden boten zonder vaarbewijs — volkomen legaal. Dit is waar de grens ligt.

Wél een vaarbewijs

  • Je schip is langer dan 15 meter — veel charterschepen en grotere motorjachten.
  • Je vaart een snelle motorboot, waterscooter of jetski.
  • Je gaat met een vaarbewijsplichtig schip het IJsselmeer of de Waddenzee op: dan komt Klein Vaarbewijs 2 erbij.

Geen vaarbewijs nodig

  • Een zeilboot van 9 meter op het Sneekermeer.
  • Een huursloep of elektroboot in Sneek, Grou of Heeg.
  • Een kajuitmotorboot tot 15 meter die 12 km/u loopt.

Beslissend is wat de combinatie boot–motor bij vol gas haalt, niet hoe hard je feitelijk vaart.

De twee grenzen uitgelegd

05Het vaarwater

Waar je vaart in Friesland

Zes wateren die bepalen wat je moet kennen — en waar de regels van elkaar verschillen.

01

De Friese meren

Sneekermeer, Heegermeer, Slotermeer, Tjeukemeer, Fluessen. Ondiep, dus korte steile golven zodra het waait.

02

Prinses Margrietkanaal

De doorgaande route van Lemmer naar Groningen, met veel beroepsvaart en aquaducten in plaats van bruggen.

03

Staande mastroute

Zeilend van Lemmer naar het noorden zonder de mast te strijken — maar wel met bedieningstijden.

04

IJsselmeer

Achter Lemmer en Stavoren begint ruim water. Met een vaarbewijsplichtig schip vraagt dat Klein Vaarbewijs 2.

05

Waddenzee

Getij, geulen, wadplaten en droogvallen. Ander water, ander vaarbewijs en andere voorbereiding.

06

Turfroute en kleine vaarten

Ondiep, smal en met veel lage bruggen. Kruiphoogte en diepgang zijn hier de bepalende getallen.

Wat hier anders is

Wat Friesland eigen is

Op de Friese meren is het in het seizoen druk met een mengsel van zeilboten, sloepen, chartervaart en beroepsvaart — precies de situatie waarin de voorrangsregels ertoe doen. De regel die hier het vaakst verkeerd wordt toegepast: een klein motorschip wijkt voor een klein zeilschip, maar niet als dat motorschip netjes de stuurboordwal van een betonde geul volgt.

Het tweede Friese onderwerp is wind. De meren zijn ondiep, en ondiep water geeft bij windkracht 5 of 6 kortere en steilere golven dan diep water. Een middag die op het kanaal prima is, is op het Tjeukemeer een andere dag.

Bruggen, sluizen en aquaducten

De hoofdroutes zijn grotendeels aquaduct geworden, maar op de zijtakken en de Turfroute liggen lage bruggen met bedieningstijden. Ken je kruiphoogte in centimeters en lees de hoogteschaal bij de brug: zolang het volgende cijfer niet helemaal zichtbaar is, heb je die hoogte nog niet. Zie de waterkaart lezen.

Naar het ruime water

Vanaf Lemmer, Stavoren en Harlingen begint water waar Klein Vaarbewijs 2 aan de orde komt zodra je schip vaarbewijsplichtig is. Zie Vaarbewijs 1 of 2 en, als je twijfelt of het tweede zwaarder is, is Vaarbewijs 2 moeilijker.

± 20 uur

studietijd

40

examenvragen

€ 53,15

CBR-examengeld

KVB 2

nodig op IJsselmeer en Wad

06Zo pak je het aan

Van beslissing tot vaarbewijs

  1. 01

    Bepaal of je het nodig hebt

    Meet je boot en kijk wat de combinatie boot–motor haalt. Vanaf 15 meter of boven 20 km/u ben je vaarbewijsplichtig.

  2. 02

    Reserveer je examen

    Bij het CBR, via Mijn CBR. Reken op enkele weken wachttijd; het examen kost € 53,15.

  3. 03

    Leer de stof, ongeveer twintig uur

    Negen lessen met oefenvragen na elk lesdeel en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.

Aanloop

Klaar om in Friesland het water op te gaan?

Begin met de gratis proefles. Die laat zien hoe de vragen eruitzien en hoeveel je al weet.