Vaarbewijs 1 of 2: je vaargebied beslist, niet je boot
Zeven wateren in Nederland vragen om het tweede vaarbewijs. Op alle andere volstaat het eerste, en die scheiding heeft niets met de grootte van je schip te maken.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen
Klein Vaarbewijs 1 is het basisbewijs voor rivieren, kanalen en meren. Wil je met een vaarbewijsplichtig schip op ruim water komen, dan heb je daarnaast Klein Vaarbewijs 2 nodig. Het onderscheid gaat dus niet over hoe groot je boot is maar over waar je hem heen vaart.
De zeven wateren
- IJsselmeer
- Markermeer
- IJmeer
- Waddenzee
- Eems en Dollard
- Oosterschelde
- Westerschelde
Al het andere valt onder Vaarbewijs 1: de Friese meren, de Randmeren, de Maas, de Waal, de Vecht, de Zuid-Hollandse plassen, de Biesbosch, de Amsterdamse grachten.
Waarom die scheiding er is
Op ruim water spelen dingen die op een kanaal simpelweg niet voorkomen. Getij en stroom die je koers verzetten. Navigeren op een zeekaart met kompaskoersen en peilingen. Je positie bepalen zonder herkenningspunten op de oever. Weer inschatten dat je pas over een uur bereikt, op een moment dat omkeren geen optie meer is. Vaarbewijs 2 toetst dat, en het is geen zwaardere versie van Vaarbewijs 1 maar andere stof, daarover meer in is Vaarbewijs 2 moeilijker.
De volgorde ligt vast in de praktijk
Vaarbewijs 2 bouwt voort op de reglementen uit deel 1, en vrijwel iedereen doet daarom eerst het examen KVB 1. Wie beide wil halen, vindt de afweging tussen achter elkaar of met een pauze in Vaarbewijs 1 en 2 tegelijk halen.
De plicht hangt nog steeds aan je schip
Dit wordt makkelijk over het hoofd gezien: het vaarbewijs is pas aan de orde als je schip vaarbewijsplichtig is: langer dan vijftien meter, of sneller dan twintig kilometer per uur. Vaar je met een zeilboot van negen meter zonder motor over het IJsselmeer, dan is dat schip niet plichtig en heb je formeel geen Vaarbewijs 2 nodig. Ga je datzelfde water op met een snelle motorboot, dan heb je ze allebei nodig.
Niet verplicht is iets anders dan niet nuttig. Het IJsselmeer bij windkracht zes is een ander water dan de Vecht, en kennis van stroom, golfopbouw en navigatie is daar geen papierwerk.
Wat je nu moet kiezen
Vaar je op binnenwateren met een vaarbewijsplichtig schip, begin dan bij Klein Vaarbewijs 1. Ga je daarna het ruime water op, dan volgt Klein Vaarbewijs 2 als vervolg; samen kosten ze minder dan los. Alleen Vaarbewijs 2 nodig hebben komt vrijwel niet voor.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst vijftien meter en twintig kilometer per uur.
Verder lezen
- Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan 1? Het is vooral iets andersDeel 1 is onthouden, deel 2 is uitrekenen. Wie het lastig vindt struikelt zelden over de theorie, maar over koersen, getij en het werken met kaart en passer.
- Vaarbewijs 1 en 2 achter elkaar: wanneer dat loontAchter elkaar leren scheelt opstarten. Het verdubbelt ook de stof, en het zijn twee verschillende soorten stof. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.
- Waarom er voor het vaarbewijs geen praktijkexamen bestaatJe hoeft niet aan te tonen dat je kunt afmeren. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, en die keuze verklaart precies waar de examenvragen wél over gaan.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.