Heb ik een vaarbewijs nodig? Twee eigenschappen van je boot beslissen het
Niet waar je vaart en niet hoe voorzichtig: de vaarbewijsplicht hangt aan wat je boot kán. Twee getallen beslissen het, en bij allebei zit een addertje.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen
De meestgemaakte denkfout bij deze vraag is dat het antwoord met je gedrag te maken heeft. Dat is niet zo. Een rustige schipper op een snelle boot is vaarbewijsplichtig; een roekeloze schipper op een trage boot niet. De wet kijkt naar het schip, en naar twee eigenschappen daarvan.
Eigenschap één: hoe lang is de romp?
Meet vijftien meter of meer, dan is het Klein Vaarbewijs verplicht: motorschip of zeilschip, snel of traag. Een stalen motorjacht van zestien meter dat met moeite twaalf kilometer per uur haalt, valt eronder.
Meet de romp. Een boegspriet, een badplateau, davits of een buitenboordmotor die achteruit steekt tellen niet mee. Dat scheelt bij grensgevallen zomaar een halve meter, en dus het antwoord.
Bij vijfentwintig meter houdt het Klein Vaarbewijs op. Daarboven is voor pleziervaart het Groot Pleziervaartbewijs aan de orde, en voor bedrijfsmatige vaart een (Beperkt) Groot Vaarbewijs.
Eigenschap twee: wat haalt hij bij vol gas?
Kan het schip meer dan twintig kilometer per uur door het water, dan heet dat in de wet een snelle motorboot en is het vaarbewijs verplicht, hoe kort de boot ook is. Een rubberboot van tweeënhalve meter met zes pk zit er overheen.
Twee valkuilen zitten in de formulering.
- "Kan." Bij een controle telt wat de combinatie van romp en motor bij vol gas haalt. Hoe hard je feitelijk voer is niet het criterium, en "ik vaar er nooit harder mee dan tien" is geen verweer.
- "Door het water." Je gps meet snelheid over de grond. Met de stroom mee lees je te veel af, ertegenin te weinig. De wettelijke grens gaat over je snelheid ten opzichte van het water eromheen.
Waterscooters en jetski's zijn per definitie snelle motorboten. Daar hangt meer aan dan alleen het vaarbewijs, zie wat er allemaal verplicht is op een snelle motorboot.
Blijf je onder allebei, dan mag je varen zonder papieren
En dat geldt voor het grootste deel van de Nederlandse pleziervaart: sloepen met een kleine diesel of elektromotor, de meeste zeilboten tot vijftien meter, kajuitmotorboten die tegen de twaalf kilometer per uur lopen, en alles wat op spierkracht vaart.
Wel is er dan een minimumleeftijd, en die hangt weer aan andere grenzen dan de vaarbewijsplicht. Zie vanaf welke leeftijd je zelfstandig mag varen.
Ben je wél plichtig, dan bepaalt je vaargebied wélk vaarbewijs
Klein Vaarbewijs 1 dekt rivieren, kanalen en meren, het overgrote deel van Nederland. Voor de ruime binnenwateren (IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Waddenzee, Eems en Dollard, Ooster- en Westerschelde) komt daar Klein Vaarbewijs 2 bij. Welke van de twee jij nodig hebt staat in Vaarbewijs 1 of 2.
Twee dingen die vaak worden verward
Vaarbewijs is iets anders dan registratie. Een snelle motorboot moet daarnaast bij de RDW geregistreerd zijn, met het registratieteken aan beide zijden van de romp en het bewijs aan boord. Die twee verplichtingen staan los van elkaar en worden ook los beboet.
De schipper hoeft niet aan het roer te staan. Schipper is wie de leiding heeft. Op een vaarbewijsplichtig schip moet er een schipper mét vaarbewijs aan boord zijn; die mag het stuur aan een ander geven en blijft verantwoordelijk. Bij een snelle motorboot ligt het strenger: daar moet de bestuurder zelf het vaarbewijs hebben.
Kom je er niet uit?
Meet de romp en zoek in de motorpapieren op wat de combinatie haalt. Land je rond de twintig kilometer per uur, ga dan uit van plichtig, de bewijslast bij een controle ligt niet bij de handhaver. Wat een verkeerde inschatting kost, staat in wat varen zonder vaarbewijs je kost.
Is het antwoord ja, dan is de theorie in een uur of twintig te doen. De opleiding Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst, en met de gratis probeerles zie je vooraf of deze manier van leren je ligt.
Onderwerpen
Verder lezen
- Boot huren zonder vaarbewijs: mag, maar je bent wel schipperVerhuurders kiezen hun vloot bewust net onder de vaarbewijsplicht. Dat zegt iets over de papieren en niets over wat je moet kunnen zodra je losgooit.
- Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan 1? Het is vooral iets andersDeel 1 is onthouden, deel 2 is uitrekenen. Wie het lastig vindt struikelt zelden over de theorie, maar over koersen, getij en het werken met kaart en passer.
- Vaarbewijs 1 en 2 achter elkaar: wanneer dat loontAchter elkaar leren scheelt opstarten. Het verdubbelt ook de stof, en het zijn twee verschillende soorten stof. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.