Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan 1? Het is vooral iets anders
Deel 1 is onthouden, deel 2 is uitrekenen. Wie het lastig vindt struikelt zelden over de theorie, maar over koersen, getij en het werken met kaart en passer.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 17 augustus 20262 min lezen
De vraag komt bijna altijd van iemand die deel 1 net gehaald heeft en wil weten of hij door kan pakken. Het eerlijke antwoord is dat de vergelijking niet zo werkt: het gaat om twee verschillende soorten kennis en om twee verschillende soorten vragen.
Waar deel 1 lastig wordt
Bij Klein Vaarbewijs 1 zit de moeilijkheid in het aantal losse feiten. Lichten en dagtekens, geluidsseinen, voorrangsregels, betonning, en de verschillen tussen het Binnenvaartpolitiereglement en het Rijnvaartpolitiereglement. Dat is veel, maar het is te leren door herhaling: veertig meerkeuzevragen in zestig minuten, geslaagd bij zesenvijftig van de tachtig punten.
Waar deel 2 lastig wordt
Bij Klein Vaarbewijs 2 verschuift het accent naar navigatie op ruim water:
- kompaskoersen omrekenen met variatie, deviatie en stroom;
- je positie afleiden uit peilingen;
- getijtabellen lezen en uitrekenen of je over een drempel of onder een brug past;
- zeekaartsymbolen en dieptecijfers interpreteren;
- een weerbericht vertalen naar een besluit: wel of niet oversteken.
Die vragen zijn niet uit het hoofd te leren. Je moet ze kúnnen maken, en dat kost oefening met kaart en passer. Wie op school al een hekel had aan sommen loopt hier vast; wie graag puzzelt vindt het juist prettiger dan het stampwerk van deel 1.
De cijfers naast elkaar
Het examen KVB 2 telt minder vragen: zevenentwintig in negentig minuten, geslaagd bij vijfendertig van de vijftig punten. Minder vragen betekent wel dat elke fout zwaarder telt, en de negentig minuten geven meer ruimte voor het rekenwerk dat bij dit examen hoort. Het examengeld ligt bij het CBR iets hoger dan voor deel 1.
Twee dingen die het in de praktijk zwaarder maken
Je oefent minder vanzelf. De reglementen uit deel 1 kom je elke vaardag tegen. Getijberekeningen doe je alleen als je daadwerkelijk op ruim water komt, dus de stof zakt sneller weg tussen leren en examen.
De naam misleidt. "Deel 2" klinkt als een vervolg met dezelfde soort stof. Wie deel 1 in twintig uur haalde en daarom voor deel 2 hetzelfde inplant, komt bedrogen uit op het navigatiedeel. Reken op meer uren, niet op minder.
Moet je het doen?
Alleen als je met een vaarbewijsplichtig schip op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en Dollard, de Oosterschelde of de Westerschelde komt. Die afbakening staat in Vaarbewijs 1 of 2. Blijf je op rivieren, kanalen en meren, dan is deel 2 een verrijking en geen verplichting.
Sta je nog voor het eerste examen, dan behandelt de opleiding Klein Vaarbewijs 1 de reglementen, en laat de gratis probeerles zien hoe de vragen eruitzien.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst wanneer een vaarbewijs verplicht is.
Verder lezen
- Vaarbewijs 1 en 2 achter elkaar: wanneer dat loontAchter elkaar leren scheelt opstarten. Het verdubbelt ook de stof, en het zijn twee verschillende soorten stof. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.
- Vaarbewijs 1 of 2: je vaargebied beslist, niet je bootZeven wateren in Nederland vragen om het tweede vaarbewijs. Op alle andere volstaat het eerste, en die scheiding heeft niets met de grootte van je schip te maken.
- Waarom er voor het vaarbewijs geen praktijkexamen bestaatJe hoeft niet aan te tonen dat je kunt afmeren. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, en die keuze verklaart precies waar de examenvragen wél over gaan.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.