Windkracht schatten zonder meter: het water laat het zien
Je hebt geen meetinstrument nodig om windkracht te schatten. Maar dezelfde windkracht 5 is op een kanaal iets heel anders dan op het IJsselmeer.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen
De schaal van Beaufort loopt van 0 tot 12 en is bedacht om wind af te lezen aan wat je ziet, niet aan wat een meter aangeeft. Dat maakt hem juist bruikbaar aan boord.
| Kracht | Aanduiding | Aan het water te zien |
|---|---|---|
| 1–2 | zwakke wind | kleine, korte golfjes |
| 3–4 | matige wind | langer wordende golven |
| 5 | vrij krachtige wind | matig lange golven, veel schuimkoppen |
| 6 | krachtige wind | grotere golven, witte kammen, stuifwater |
| 7 | harde wind | schuim begint te strepen met de wind mee |
| 8 | stormachtig | matig hoge golven, de kammen beginnen te breken |
| 9 | storm | hoge golven, kammen krullen en rollen, veel stuifwater |
| 10 | zware storm | zeer hoge golven, het oppervlak is wit |
| 11 | zeer zware storm | buitengewoon hoge golven, lange witte schuimstrepen |
| 12 | orkaan | de lucht is gevuld met schuim en stuifwater |
Twee ezelsbruggetjes die op het examen tijd schelen: de V van "vrij krachtig" is de Romeinse vijf, en in "stormachtig" zit het getal acht.
Dezelfde kracht, een ander water
De schaal zegt iets over de wind en niets over jouw schip of jouw water. Windkracht 5 is op een kanaal met bomen langs de kant nauwelijks een probleem en op het IJsselmeer een dag om binnen te blijven. Drie dingen bepalen dat verschil:
- Strijklengte. Hoe langer de wind onbelemmerd over water waait, hoe hoger de golven. Een open meer bouwt golven op die op een kanaal simpelweg geen ruimte krijgen.
- Diepte. Ondiep water geeft kortere, steilere golven, en die zijn vervelender dan hogere golven op diep water.
- Richting ten opzichte van je koers. Wind dwars of van achteren is bij het manoeuvreren lastiger dan wind recht op de kop.
Wind bepaalt je aanlegmanoeuvre
Vanaf kracht 4 bepaalt de wind hóe je aanlegt. De kant waar hij vandaan komt is hogerwal, de kant waar hij naartoe waait lagerwal, en daar horen twee verschillende technieken bij; zie afmeren met wind dwars. Bij ankeren geldt hetzelfde principe: je zoekt de luwte en niet de lagerwal, zie ankeren.
Waarschuwingen
Vanaf windkracht 6 waarschuwt de Kustwacht via de marifoon. Die waarschuwing geldt ruim water: op een beschut kanaal heb je er weinig aan, op het Markermeer alles. Kijk daarnaast naar de luchtdruk: een snel dalende barometer betekent een naderend front, en dan wordt de wind niet alleen sterker maar draait hij ook.
Waar dit op het examen zit
Windkracht valt onder vaarwegen en meteorologie: ongeveer zestien van de tachtig punten, samen met waterstanden, doorvaarthoogte en het lezen van de kaart. Zie de waterkaart lezen en waar de punten liggen. De schaal staat met de bijbehorende beelden in les 7 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Verder lezen
- Lozen: de tank is niet verplicht, het lozen is verbodenToiletwater overboord mag niet. Een vuilwatertank inbouwen hoeft niet. Dat verschil verklaart vrijwel alle verwarring over deze regel.
- De waterkaart: D196 is negentien meter, niet honderdzesennegentigEenheden zijn op een waterkaart geen detail. Wie decimeters voor meters aanziet, rekent bij het ankeren met een factor tien mis.
- Zuiging: het roer wordt slap en het achterschip loopt naar de kantTwee klachten, één oorzaak: de boot luistert niet meer en het achterschip trekt naar de wal. En één oplossing die tegen je gevoel in gaat, gas terug.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.