Naar de inhoud

Opleiding voor 3 CBR-examens op het water

Probeerles · geen account, geen mailadres

Zes uitzonderingen, en de rest is BPR

Zes minuten lezen, dan negen vragen. Dit is lesstof zoals de hele opleiding Klein Vaarbewijs 1 geschreven is — niet ingekort en niet vereenvoudigd voor de etalage.

Het onderwerp staat bekend als stampwerk: zeven reglementen met zeven werkingsgebieden. Aan het eind van deze pagina hoef je er één te onthouden, plus zes plekken die je op een kaart kunt aanwijzen. Kijk maar of dat klopt.

Zes van de zeven reglementen horen bij een gebied dat je kunt aanwijzen

Je vaart op een kanaal in Overijssel, ziet nergens een bord, en vraagt je af welke regels hier eigenlijk gelden. Op het examen Klein Vaarbewijs 1 komen zeven reglementen langs: BPR, RPR, BVA, SRE, SRW, SRKGT en SRGM. Wie die rij voor het eerst ziet, ziet een middag stampen voor zich.

Dat hoeft niet. Zes van de zeven horen namelijk bij een gebied dat je op een kaart kunt aanwijzen. Alles daarbuiten valt onder de zevende, en dat is verreweg het meeste water waarop je ooit zult varen.

De regel: op Nederlands vaarwater geldt het Binnenvaartpolitiereglement (BPR), tenzij je in een van zes aangewezen gebieden vaart.

De rest is die zes gebieden leren aanwijzen.

Waar welk scheepvaartreglement geldtIJsselmeerBPRalle binnenwateren hiertussenBVAde zeeSRESRWSRKGTSRGMEems–Dollardmet DuitslandGeldersche IJsselgeen Rijntak — hier geldt het BPRde vijf RijntakkenBoven-Rijn, Waal, Pannerdensch Kanaal,Neder-Rijn, LekGemeenschappelijke Maashet stuk dat de grens met België vormtWesterscheldede vaarweg naar AntwerpenKanaal Gent–Terneuzenmet Belgiëeigen reglementBPRSchematisch. De omtrek en de loop van de rivieren zijn vereenvoudigd; niet om op te varen.

Deel 1 van 3 · even ophalen

01 / 1

U vaart op een Nederlands kanaal dat niet in een van de zes aangewezen gebieden ligt.

Welk reglement geldt daar?

Kies het juiste antwoord

De zes bestaan omdat Nederland er niet alleen over gaat

Ze hebben één ding gemeen. Op geen van de zes is Nederland de enige die er iets over te zeggen heeft. Vijf ervan vallen onder een verdrag met andere landen, en het zesde, de zee, valt onder regels die overal ter wereld hetzelfde zijn.

Dat is de reden dat ze bestaan. Water waarover meerdere landen afspraken hebben gemaakt, kan geen reglement hebben dat één land in zijn eentje vaststelt. En het is meteen de manier om ze te onthouden. Zes losse afkortingen vallen daarmee uiteen in vier groepjes: één Rijnreglement, één met Duitsland, drie die met België te maken hebben, en één voor de zee.

Let op wat dit níét is: een regel over grenzen. Het RPR loopt tot ver in Zuid-Holland door, ruim honderd kilometer bij de Duitse grens vandaan. Wat het gebied bepaalt is de afspraak, niet de landkaart.

Het RPR geldt op vijf genoemde rivieren, niet op "de grote rivieren"

Het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) geldt in Nederland op vijf wateren: de Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek. Die vijf loont het uit je hoofd te kennen, want het examen vraagt er rechtstreeks naar. Vijf, en geen zesde.

Hier zit de valkuil die op dit onderwerp de meeste punten kost. Mensen onthouden het RPR als het reglement van de grote rivieren, en dat is fout. De Maas is een grote rivier en valt onder het BPR. De Geldersche IJssel ook.

Het BPR zegt dat zelf. Artikel 6.05 daarvan gaat over tegemoetkomend verkeer. Het opent met de mededeling dat dit artikel slechts van toepassing is op de Geldersche IJssel vanaf de IJsselkop en op de Maas. Het BPR schrijft dus regels vóór die twee rivieren, en dat doet een reglement niet voor water waar het niet geldt.

Een breed Nederlands rivierlandschap, gezien vanaf het water: een lang geladen binnenvaartschip vaart stroomafwaarts, met achter hem een groene dijk, een rij populieren en in de verte een kerktoren.
De Waal bij Zaltbommel. Een van de vijf wateren waar het Rijnvaartpolitiereglement geldt.

Vijf van de zes liggen tegen Duitsland of tegen België aan

In het noordoosten ligt de Eemsmonding: de Eems en de Dollard, tegen Duitsland aan. Daar geldt het Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), en wel aan beide kanten van het gebied. Zo hoeft een schipper niet te weten in welk land hij vaart om te weten welke regels gelden.

In het zuiden liggen er drie, en alle drie hebben ze met België te maken:

  • Op de Westerschelde geldt het Scheepvaartreglement Westerschelde (SRW). Dat is de vaarweg waarover de zeeschepen naar Antwerpen gaan.
  • Op het Nederlandse deel van het kanaal tussen Terneuzen en Gent geldt het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT).
  • Op het stuk Maas in Zuid-Limburg dat de grens met België vormt, geldt het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM). Let op het woord gemeenschappelijke: het gaat om precies dát stuk.

De Gemeenschappelijke Maas laat het scherpst zien hoe dit werkt. Dezelfde rivier valt over het grootste deel van zijn loop onder het BPR, en op het stuk waar hij de grens vormt onder een eigen reglement. Niet de rivier bepaalt het reglement, maar de plek.

Een zeer breed getijdengebied onder een grote grijsblauwe lucht, gezien vanaf het water: een groot zeegaand containerschip vaart in de verte langs, met rechts lage zandbanken en daarachter een vlakke kustlijn.
De Westerschelde: de vaarweg waarover de zeeschepen naar Antwerpen gaan. Hier geldt het Scheepvaartreglement Westerschelde, en niet het BPR.

Op zee gelden regels die in elk land dezelfde zijn

Het zesde gebied is de zee. Daar gelden de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (BVA): internationale regels, in elk land dezelfde.

Waar de zee begint, is geen kwestie van hoe het water eruitziet. Het is een lijn, en die staat in het besluit dat het BPR vaststelt. Het BPR geldt overal behalve op "de zeewaarts van de in het tweede lid vermelde lijn gelegen wateren". Die lijn loopt langs de kust:

  • Hij loopt bóven de Waddeneilanden, over de noordpunten van Rottumeroog, Rottumerplaat en Schiermonnikoog.
  • Daarna volgt hij de kust van Noord- en Zuid-Holland. De hoofden van IJmuiden, Scheveningen en Hoek van Holland liggen erbinnen.
  • Verder naar het zuiden loopt hij telkens langs de zeezijde van de deltadammen.

Alles landwaarts van die lijn is BPR-water. Dus ook de Waddenzee, de Nieuwe Waterweg en de zeehavenmonden. Die staan alle drie in open verbinding met zee, en er kan een zeeschip komen. "Open verbinding met zee" is dus niet de maatstaf. Het is de bekendste val bij deze vraag, en je komt hem verderop nog twee keer tegen.

De BVA zeggen dat trouwens zelf. Zij verzetten zich er niet tegen dat een land eigen voorschriften geeft voor havens, rivieren en binnenwateren. Dat geldt uitdrukkelijk ook als die met de volle zee in verbinding staan en bevaarbaar zijn voor zeegaande schepen. Precies dat doet Nederland met het BPR.

De gedachte achter een apart zeereglement is dezelfde als bij de vijf verdragswateren. Buiten de lijn kun je een schip tegenkomen dat rechtstreeks van zee komt en nooit een Nederlands reglement heeft ingezien. Volgen jullie dan verschillende voorrangsregels, dan klopt er van geen van beide iets.

Deel 2 van 3 · even ophalen

01 / 1

Op hoeveel Nederlandse wateren geldt het Rijnvaartpolitiereglement (RPR), en zijn die met name genoemd?

Kies het juiste antwoord

Eén vraag bij elke overgang vervangt de hele lijst

Je hoeft de zes gebieden niet paraat te hebben terwijl je vaart. Je hebt één vraag nodig. Je stelt hem op het moment dat je van het ene water in het andere komt: bij een sluis, bij een splitsing, of waar een kanaal in een rivier uitkomt.

Verlaat ik hier BPR-water?

Negen van de tien keer is het antwoord nee en verandert er niets. Juist daarom werkt de vraag: hij kost bijna nooit iets, en hij valt samen met de plekken waar het misgaat.

Welk reglement geldt hier?Welk reglement geldt hier? Drie vragen, in deze volgorde.1. Zit ik in een aangewezen gebied?SRE · SRW · SRKGT · SRGM · RPRdat reglement2. Zit ik zeewaarts van de kustlijn?Die lijn loopt bóven de Waddeneilanden.BVA3. Nee op allebei?Ook de Waddenzee en de zeehavens.BPRneenee
Een luchtfoto van een grote Nederlandse rivier die zich om een begroeide landtong in twee ongeveer even brede takken splitst, met aan weerszijden vlak polderlandschap met weiland, sloten en een dijk.
Waar een rivier zich splitst, kan het reglement veranderen zonder dat er een bord staat. Bij de IJsselkop gebeurt precies dat: rechtdoor blijft het RPR, de Geldersche IJssel op is het BPR.

Een voorbeeld. Je komt bij Lobith Nederland binnen en vaart door naar Zutphen.

  • Bij Lobith vaar je op de Boven-Rijn. Die staat in het rijtje van vijf: RPR.
  • Bij de eerste splitsing neem je de rechtertak, het Pannerdensch Kanaal. Ook in het rijtje: nog steeds RPR.
  • Even verderop splitst het opnieuw, bij de IJsselkop. Daar ga je de Geldersche IJssel op, en die staat er níét in. Vanaf dat punt vaar je onder het BPR.

Eén tocht, één overgang, en die zat op een plek die je kon zien aankomen. Merk ook op wat er níét gebeurde: je bent nergens van de rivier af gegaan, er stond geen bord, en toch veranderde het reglement.

En een tweede tocht, om te laten zien hoe vaak het antwoord "er verandert niets" is. Van Amsterdam over het Markermeer en het IJsselmeer naar Lemmer, en verder de Friese meren op: BPR, van de eerste tot de laatste meter. Geen van de zes gebieden ligt op die route.

Zo is het op de meeste tochten. De zes uitzonderingen zijn niet zes dingen waar je voortdurend op moet letten, maar zes gebieden die je herkent wanneer je er komt.

Haal het nu op, zonder terug te scrollen

Beantwoord deze drie in je hoofd:

  1. Welke vijf Nederlandse wateren vallen onder het RPR?
  2. Onder welk reglement valt de Maas bij Grave?
  3. Welke vraag stel je bij een sluis of een splitsing?

Wat je nu niet wist, weet je zo meteen wel.

Nu vastzetten

7 vragen over wat je net gelezen hebt

Deze staan er niet om je te overhoren. Jezelf iets laten terughalen werkt aantoonbaar beter dan een tekst nog eens doorlezen — daarom eindigt elk hoofdstuk in deze opleiding met vragen en niet met een samenvatting.

Fout antwoorden is daarbij het nuttigste wat er kan gebeuren. Bij elk antwoord staat waarom het goed of fout is, en dát is het moment dat blijft hangen.

01 / 7

U vaart met een kleine motorboot op de Maas ter hoogte van Grave.

Onder welk reglement vaart u daar?

Kies het juiste antwoord