Naar de inhoud

Opleiding voor 3 CBR-examens op het water

Zuiging: het roer wordt slap en het achterschip loopt naar de kant

Twee klachten, één oorzaak: de boot luistert niet meer en het achterschip trekt naar de wal. En één oplossing die tegen je gevoel in gaat, gas terug.

Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen

Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen

Een varend schip duwt water opzij en trekt achter zich een kuil. In diep water vult die kuil zich moeiteloos; in ondiep of smal water kan het water niet snel genoeg terugstromen. Daar komen twee vervelende verschijnselen uit voort, en allebei hebben ze dezelfde oplossing.

Wat er onder je boot gebeurt

Voor de boeg ontstaat een berg water en achter het schip een kuil. Tussen die twee loopt een stroming langs het schip die tegen je vaarrichting in gaat: de retourstroom. Diezelfde stroom geeft druk op het roerblad, en dus je stuurvermogen.

Wordt het water ondiep of smal, dan raakt die retourstroom vertraagd. Achter het schip komt te weinig water en slaat de schroef een mengsel van water en lucht tegen het roer. De druk valt weg, het schip "luistert niet meer" en kan uit het roer lopen. Neem je flink gas terug, dan krijgt het water de kans de kuil te vullen en komt de druk terug.

Oeverzuiging: walkleven

Vaar je in smal, ondiep water dicht langs de stuurboordoever, dan zakt het waterpeil aan stuurboord meer dan aan bakboord, en door de aanzuiging van de schroef zakt het bij het achterschip nog verder dan bij het voorschip. Het achterschip wordt daardoor naar de wal getrokken en het voorschip draait ervandaan, naar bakboord. In een smal vaarwater kun je zo tegen de tegenoverliggende oever belanden.

De correctie is bijsturen én vaart minderen. Alleen bijsturen versterkt het probleem, want de zuiging blijft gewoon staan.

Wat je bij een ander aanricht

Zuiging is niet alleen jouw probleem. Een pleziervaartuig dat te hard door een smalle vaart gaat, laat het water langs de kant zakken, trekt waterplanten los, spoelt nesten kapot en beschadigt oevers. Dat is de reden dat op veel vaarwegen zes kilometer per uur geldt en dat het bord "verboden hinderlijke waterbeweging te veroorzaken" bestaat.

Passeren en gepasseerd worden

Naderen twee schepen van vergelijkbare afmetingen elkaar, dan heffen hun retourstromen elkaar tussen de schepen op zolang ze naast elkaar liggen: het water tussen hen blijft gelijk en beide varen rechtdoor. Vlak vóór en vlak ná dat moment is er wél verschil, en dat voel je als een zet in het stuur.

Word je in smal vaarwater opgelopen door een groot schip, dan ben jij degene met het probleem. Houd koers, minder vaart en corrigeer rustig. Uitwijken naar de kant maakt de zuiging juist groter, want daar is minder water.

De vuistregel

Voelt je boot zwaar, hoor je de motor harder werken zonder dat je sneller gaat, of trilt het roer, dan vaar je te hard voor de diepte. Gas terugnemen is daar geen concessie maar de enige manier om je stuurvermogen terug te krijgen.

Hoe je de diepte vooraf van de kaart afleest, staat in de waterkaart lezen. Over het manoeuvreren zelf gaat schroefeffect en boegschroef. Zuiging, oeverzuiging en planeren staan in les 9 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.