Naar de inhoud

Schroefeffect: waarom je achterschip een kant op trekt

Bijna elke boot met één vaste schroef trekt bij achteruitslaan naar één kant. Weet je welke, dan kun je hem gebruiken in plaats van ertegen vechten.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen

Kort antwoord: bij een binnenboordmotor met één vaste schroefas trekt het achterschip zijwaarts in de draairichting van de schroef. Een rechtse schroef draait op vooruit naar rechts en trekt het achterschip dus naar stuurboord; het voorschip gaat daardoor naar bakboord.

Links of rechts: hoe je het vaststelt

Kijk van achteren naar de schroef. Loopt het bovenste blad schuin naar rechtsachter weg, dan is het een rechtse schroef; naar linksachter een linkse. Pak je met beide handen de zijkanten van het bovenste blad, dan reikt bij een rechtse schroef je rechterhand het verst.

Ligt de boot in het water, kijk dan in de motorruimte van achter naar voren en zet de motor op vooruit. Draait de schroefas met de klok mee, dan is het een rechtse schroef. Er is geen voordeel aan links of rechts — er zijn alleen meer rechtse.

Wat het effect doet

Bij vooruit varen is de stand van het roer overheersend: het schroefwater drukt tegen het roerblad en dat bepaalt de richting. Het schroefeffect merk je dan alleen als een lichte afwijking die je ongemerkt corrigeert — bij een rechtse schroef door een tikje stuurboordroer.

Bij lage snelheid en bij achteruitslaan verdwijnt de druk op het roer, en dan neemt het schroefeffect het over. Dat is precies het moment waarop je aanlegt of keert, en daarom is dit geen theorie maar dagelijkse praktijk.

Gebruik het bij het keren

Met een rechtse schroef maak je de kleinste draaicirkel over bakboord. Minder eerst vaart tot stilstand, geef vol bakboordroer en dan kortstondig flink gas vooruit. Het achterschip loopt naar stuurboord, het voorschip naar bakboord, en het schroefeffect helpt de draai in plaats van hem tegen te werken. Met een linkse schroef geldt hetzelfde over stuurboord.

In smal water is dit het verschil tussen één keer draaien en drie keer bijsteken.

De boegschroef

Een boegschroef zit in een dwarstunnel onder de waterlijn vooraan en duwt het voorschip bij lage snelheid opzij. Zet je hem op bakboord, dan wordt water aan bakboord aangezogen en naar stuurboord uitgestoten; het voorschip gaat naar bakboord. Het achterschip zwaait daarbij iets naar de andere kant uit, omdat het draaipunt op ongeveer een derde van voren ligt. De stand van het roer speelt geen rol — er staat geen druk op.

Handig bij wachten voor een brug of sluis met zijwind: het voorschip waait weg, en met een korte stoot boegschroef leg je jezelf weer recht. Het is wel een tijdelijke oplossing; het hele schip drijft ondertussen langzaam met de wind mee. Gebruik hem in korte stoten — de elektromotor is niet gebouwd voor lang draaien en schakelt zichzelf uit als je hem te lang belast.

Wat je hiermee wint

Een boot met één schroef is niet moeilijk te manoeuvreren, hij is asymmetrisch. Zodra je weet welke kant hij trekt, kies je je aanlegkant, je draairichting en je uitwijkmanoeuvre in die richting — en verdwijnt het gevecht.

Bij het aanleggen zelf hoort de techniek uit afmeren met wind of stroom. Waarom je boot in ondiep water bovendien naar de kant getrokken wordt, staat in zuiging. Schroefeffect en boegschroef worden op het examen met tekeningen getoetst; ze staan in les 8 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.