Door een sluis: zes stappen en drie dure fouten
De sluis is de plek waar de meeste schade ontstaat, en bijna altijd door dezelfde drie dingen: te laat stootwillen, één lijn, en een motor die blijft draaien.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20264 min lezen
Schutten is een van de weinige manoeuvres waarbij je omringd bent door dingen die niet meegeven en mensen die haast hebben. De volgorde hieronder haalt daar het meeste risico uit.
1 · Wachten
Op de wachtplaats, een wachtsteiger of remmingwerk, mag je alleen afmeren om geschut te worden, en niet voorbij het bord met de horizontale streep. Hinder de schepen die naar buiten komen niet en meer zo mogelijk op afstand van grote schepen af. Overnachten mag alleen met toestemming van de sluiswachter, anders bezet je de plek van schepen die 's nachts geschut worden. Brandstof innemen mag hier niet, en in de sluis evenmin.
Heeft de sluis marifoon, dan staat het kanaal op een blauw bord. Heb je er zelf een, dan geldt de uitluisterplicht en mag je je melden, luister eerst of er geen gesprek loopt. Wordt er iets aan je gevraagd, dan ben je verplicht te antwoorden.
2 · De lichten
- Twee rode lichten: sluis buiten bedrijf.
- Eén rood licht: de sluis wordt bediend, maar jij mag nog niet.
- Rood en groen samen: maak je klaar om in te varen.
- Alleen groen: invaren toegestaan.
Drie rode lichten in een driehoek betekenen dat er gespuid of ingelaten wordt: reken op stroom.
3 · Invaren
Je vaart in volgorde van aankomst op de wachtplaats. Word je samen met beroepsvaart geschut, dan gaan de grote schepen eerst: wacht tot het schip binnen ligt, het schroefgeweld voorbij is en het aan de muur vastligt. Een aanwijzing van de sluismeester gaat altijd vóór een bord, een licht of een regel. Hij kan kleine schepen ook juist vooraan zetten om de kolk efficiënt te vullen.
Hang de stootwillen aan beide zijden op voordat je invaart. Je weet vooraf niet aan welke kant je komt te liggen, en er kan straks iemand naast je komen. Gebruik nooit iets dat kan zinken: een autoband die in de sluis valt kan de deuren blokkeren.
4 · Positie kiezen
Vaar zo ver mogelijk naar voren om de kolk op te vullen, maar nooit voorbij de stopstreep of een rood licht, anders kom je klem tussen de deuren die straks opengaan. Is er geen stopstreep, houd dan zelf ruimte voor het opendraaien.
Vaar je aan de hoge kant een sluis met groot verval binnen, meer dan achterin en zo ver mogelijk van de achterste deuren af. Zakt het water, dan kun je anders op de drempel komen te liggen, het deel waarop de deuren sluiten. Aan puntdeuren zie je welke kant het hoogste water heeft: de punt wijst naar het hoge water, want dat drukt de deuren dicht.
5 · Schutten
Zodra je afgemeerd ligt mag de motor niet meer gebruikt worden: geen vooruit, geen achteruit. Zet hem het liefst helemaal uit, ook vanwege de uitlaatgassen in een besloten kolk. Pas als je aan de beurt bent om uit te varen mag de schroef weer draaien.
Houd je lijnen in de hand en vier of haal ze in terwijl het water stijgt of daalt. Zijn er drijvende bolders of glijpalen, gebruik die dan, met de middenkikker van je schip werkt dat het rustigst, en controleer wel dat je lijn echt meeglijdt.
Aan de sluismuur lees je af wat er gaat gebeuren: is de muur nat en begroeid tot een bepaalde hoogte, de "moet", dan word je omhoog geschut tot die lijn. Is de muur droog, dan ga je omlaag.
Bij een rechte sluismuur met groot verval hang je langwerpige stootwillen verticaal. Horizontaal wippen ze tijdens het schutten op en beschermen ze niets meer.
6 · Uitvaren
Wacht tot de deuren volledig open zijn en het schip vóór je weg is. Grote schepen eerst, tenzij de sluismeester anders aangeeft. Ben je omhoog geschut, dan heb je vanzelf weer voldoende water boven de drempel.
De drie fouten die het meeste kosten
- Te laat stootwillen ophangen. Doe het vóór de wachtplaats, niet bij het invaren, daar heb je je handen al vol.
- Maar één lijn. Bij het vullen duwt het water je schip zijwaarts; aan één lijn zwaai je vrij rond, meestal tegen je buurman aan.
- De motor laten draaien "voor de zekerheid". Dat is niet alleen verboden, het is ook precies wat het schip naast je in de problemen brengt.
De lichten en tekens onderweg staan in verkeerstekens op het water; een sluis met aan beide kanten geopende deuren telt als engte. Schutten is examenstof en staat, met de tekens en de drempel erbij, in les 9 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst waarom je boot bij achteruitslaan uitbreekt.
Verder lezen
- Afmeren met wind dwars: één lijn doet meer dan drie manBij aanleggen wint techniek het van kracht. Eén lijn op het goede punt doet meer dan drie bemanningsleden die met hun voeten afzetten.
- Ankeren: het houdt door de hoek, niet door het gewichtEen anker houdt doordat de trek horizontaal is. Daarom is de lengte van je lijn belangrijker dan het gewicht van je anker, en dat is contra-intuïtief.
- Man overboord: blijf aan het roerDe eerste minuut bepaalt de afloop. Wie van het roer wegloopt om te helpen, verliest precies het overzicht dat nodig is om iemand terug te vinden.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.