Naar de inhoud

Zo schut je door een sluis

Een sluis is de plek waar de meeste schade ontstaat, en bijna altijd door dezelfde drie dingen: te laat stootwillen, verkeerd afgemeerd en de motor laten draaien.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20264 min lezen

Kort antwoord: wacht op de wachtplaats tot het licht groen wordt, vaar in volgorde van aankomst in, ga zo ver mogelijk naar voren maar niet voorbij de stopstreep, meer af aan beide zijden voorbereid met stootwillen, zet de motor uit en houd je lijnen tijdens het schutten in de hand.

1. Wachten

Op de wachtplaats — een wachtsteiger of een remmingwerk — mag je alleen afmeren om geschut te worden, en niet voorbij het bord met de horizontale streep. Hinder de schepen die naar buiten komen niet, en meer zo mogelijk op enige afstand van grote schepen af. Overnachten mag alleen met toestemming van de sluiswachter; anders bezet je de plek van schepen die 's nachts geschut worden. Brandstof innemen mag hier niet, en in de sluis evenmin.

Heeft de sluis marifoon, dan staat het kanaal op een blauw bord. Heb je zelf een marifoon, dan geldt de uitluisterplicht en mag je je melden — maar luister eerst of er niet al een gesprek loopt. Wordt er iets aan je gevraagd, dan ben je verplicht te antwoorden.

2. De lichten

  • Twee rode lichten: sluis buiten bedrijf.
  • Eén rood licht: de sluis wordt bediend, maar je mag nog niet.
  • Rood en groen samen: maak je klaar om in te varen.
  • Alleen groen: invaren toegestaan.

Drie rode lichten in een driehoek betekenen dat er gespuid of ingelaten wordt: reken op stroom.

3. Invaren

Je vaart in volgorde van aankomst op de wachtplaats. Word je samen met beroepsvaart geschut, dan gaan de grote schepen eerst: wacht tot het schip binnen ligt, het schroefgeweld voorbij is en het aan de muur vastligt. Een aanwijzing van de sluismeester gaat altijd vóór een bord, een licht of een regel — hij kan kleine schepen ook juist vooraan zetten om de sluis efficiënt te vullen.

Hang de stootwillen aan beide zijden op, voordat je invaart. Je weet vooraf niet aan welke kant je komt te liggen, en het kan zijn dat er straks iemand naast je komt. Gebruik nooit iets dat kan zinken — een autoband die in de sluis valt, kan de deuren blokkeren.

4. Positie kiezen

Vaar zo ver mogelijk naar voren om de sluis op te vullen, maar nooit voorbij de stopstreep of een rood licht: anders kom je klem tussen de deuren die straks opengaan. Is er geen stopstreep, houd dan zelf ruimte voor het opendraaien van de deuren.

Vaar je aan de hoge kant in een sluis met groot verval binnen, meer dan achterin zo ver mogelijk van de achterste deuren af. Als het water zakt, kun je anders op de drempel komen te liggen — het deel waarop de deuren sluiten. Aan de puntdeuren zie je welke kant het hoogste water heeft: de punt wijst naar het hoge water, want dat drukt de deuren dicht.

5. Schutten

Zodra je afgemeerd ligt, mag je de motor niet meer gebruiken: geen vooruit, geen achteruit. Zet hem het liefst helemaal uit, ook vanwege de uitlaatgassen. Pas als je aan de beurt bent om uit te varen, mag de schroef weer draaien.

Hou je lijnen in de hand en vier of haal ze in terwijl het water stijgt of daalt. Zijn er drijvende bolders of glijpalen, gebruik die dan — met de middenkikker van je schip werkt dat het rustigst. Controleer wel dat je lijn echt meeglijdt.

Aan de sluismuur zie je wat er gaat gebeuren: is de muur nat en begroeid tot een bepaalde hoogte — de "moet" — dan word je omhoog geschut tot die lijn. Is de muur droog, dan ga je omlaag.

Bij een rechte sluismuur met groot verval hang je langwerpige stootwillen verticaal. Horizontaal opgehangen willen ze tijdens het schutten opwippen en beschermen ze niets meer.

6. Uitvaren

Wacht tot de deuren volledig open zijn en tot het schip vóór je weg is. Grote schepen eerst, tenzij de sluismeester anders aangeeft. Ben je omhoog geschut, dan heb je vanzelf weer voldoende water boven de drempel.

De drie fouten die het meeste kosten

  1. Te laat stootwillen ophangen. Doe het vóór de wachtplaats, niet bij het invaren.
  2. Maar één lijn. Bij het vullen kan het water je schip zijwaarts duwen; met één lijn zwaai je vrij rond.
  3. De motor laten draaien "voor de zekerheid". Dat is niet alleen verboden, het is ook precies wat het schip naast je in de problemen brengt.

De lichten en tekens die je onderweg tegenkomt staan in verkeerstekens op het water; een sluis met geopende deuren aan beide kanten telt als engte. Schutten is examenstof en staat, met de tekens en de drempel erbij, in les 9 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.