Naar de inhoud

Opleiding voor 3 CBR-examens op het water

Dagtekens: hoe een schip zonder marifoon iets tegen je zegt

Een bol, een kegel of een ruit aan de mast is geen versiering maar een mededeling. Vaak is het de enige manier waarop een schip je iets kan vertellen.

Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen

Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen

Dagtekens zijn zwarte, gele, rode of blauwe vormen die een schip overdag toont; 's nachts hoort er een lichtenbeeld bij. Ze zeggen of een schip groot is, gevaarlijke lading heeft, aan het werk is, beperkt manoeuvreert of voorrang heeft. Voor een schip zonder marifoon (of voor jou, zonder marifoon) is dit het enige kanaal dat er is.

Tekens die iets van jou vragen

Gele ruit. Een passagiersschip korter dan twintig meter dat meer dan twaalf passagiers mag vervoeren. Daarmee zegt het: ik ben wettelijk een groot schip, ook al zie ik er klein uit. Jij verleent dus voorrang.

Blauwe kegels. Eén blauwe kegel met de punt omlaag betekent licht ontvlambare lading, zoals benzine: in een sluis of op een ligplaats houd je minstens tien meter afstand. Twee kegels betekent brandbare, giftige stoffen: minstens vijftig meter. 's Nachts horen daar blauwe rondom schijnende lichten bij, in hetzelfde aantal.

Rode bol en twee groene ruiten. Een drijvend werktuig in bedrijf, een zandzuiger of baggervaartuig, toont aan de kant waar je níet langs mag een rode bol, en aan de kant waar dat wel mag twee groene ruiten onder elkaar. Vaar dus langs de groene kant, en minder vaart.

Blauwe duikvlag met een hap eruit. Onder water zijn duikers bezig, tot vijftien meter rond de vlag. Minder ruim op tijd vaart, veroorzaak geen hinderlijke waterbeweging en blijf zo ver mogelijk weg: geluid draagt onder water ver, en een duiker kan de richting ervan niet bepalen. 's Nachts wordt de vlag verlicht.

Rode wimpel op het voorschip. Dit schip heeft recht op voorrang, ook bij bruggen en sluizen. Gevoerd door toezichthoudende diensten en brandweerboten met spoed, en soms door schepen aan wie dat recht is toegekend.

Blauw rondom schijnend flikkerlicht. Toezicht, opsporing of een brandweerboot onderweg. Een geel flikkerlicht betekent: dit schip voert werkzaamheden uit in of nabij het vaarwater.

Tekens over hoe een schip vaart

Twee zwarte kegels met de punten naar elkaar (diabolo). Een vissersschip dat daadwerkelijk met netten of lijnen vist. Het is dan een groot schip ongeacht de lengte. Hengelen vanaf een bootje valt daar niet onder.

Gele sleepcilinder met zwart-witte banden. Dit schip sleept een groot schip en telt daarmee zelf als groot schip; het gesleepte schip voert een gele bol. 's Nachts: twee witte toplichten onder elkaar op de sleper, en een geel heklicht in plaats van wit. Dat valt beter op tussen alle witte lichten voor degene die erachter hangt.

Twee gele snelle flikkerlichten boven elkaar. Een snel schip: een groot motorschip dat meer dan veertig kilometer per uur kan. Het moet voor alle andere schepen wijken, ook voor kleine, maar reken op de snelheid waarmee het nadert voordat je op dat recht vertrouwt.

Het blauwe bord is geen dagteken

Toont een tegemoetkomend groot schip aan stuurboord een lichtblauw bord met witte rand en een wit flikkerlicht, dan vraagt het om stuurboord op stuurboord te passeren. Dat is geen mededeling over wat het schip ís maar over wat het wíl. Kijk achterom en ga bij voorkeur naar de kant van dat bord; zie verkeerstekens op het water.

Waarom dit meer is dan examenstof

Het verschil tussen "die boot ligt daar wat te rommelen" en "dat is een werktuig in bedrijf en ik moet aan de groene kant langs" bepaalt of je een situatie ziet aankomen of erin belandt. Deze tekens zijn geen decoratie maar het enige communicatiemiddel dat altijd werkt.

Het bijbehorende lichtenbeeld staat in welke lichten je 's nachts voert, en wat je met de informatie doet in voorrang op het water. Oefenen kan met beeldvragen in de opleiding Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.