Cardinale betonning: aan welke kant je veilig langs vaart
Twee zwarte kegels vertellen je aan welke kant van een wrak of ondiepte je veilig kunt varen. Het systeem is met één klok te onthouden.
Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut
Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen
Kort antwoord: een cardinale ton markeert een afzonderlijk gevaar en geeft aan aan welke kant je er veilig langs kunt: ten noorden, oosten, zuiden of westen ervan. De twee zwarte kegels bovenop wijzen naar de zwarte band, en die band zit aan de kant waar het veilige water ligt.
Waarvoor ze liggen
Cardinale markering staat bij ondiepten, zandplaten, wrakken, visfuiken, bochten en andere obstakels. Anders dan laterale tonnen begrenzen ze geen vaarwater; ze wijzen om een gevaar heen. Je hebt er dus een kompas bij nodig — zonder windrichting zegt een cardinale ton niets.
De vier vormen
| Ton | Toptekens | Zwarte band | Veilig water |
|---|---|---|---|
| Noord | beide kegels met de punt omhoog | bovenaan | ten noorden van de ton |
| Oost | bovenste omhoog, onderste omlaag (vormt een O) | boven én onder | ten oosten van de ton |
| Zuid | beide kegels met de punt omlaag | onderaan | ten zuiden van de ton |
| West | punten naar elkaar toe (een wijnglas) | in het midden | ten westen van de ton |
De regel achter de tabel: de zwarte band zit daar waar de punten van de kegels naartoe wijzen. Onthoud twee ezelsbruggetjes en je hebt de andere twee erbij: bij de oostton vormen de kegels een O, bij de westton een wijnglas — W van west.
De strikvraag die op het examen terugkomt
Een cardinale ton geeft de veilige kant aan, niet de plek van het gevaar. Bij een noordton ligt het veilige water ten noorden van de ton, en dus ligt het wrak of de plaat ten zuiden ervan. Wordt er gevraagd waar het gevaar ligt, dan is het antwoord altijd de tegenovergestelde windrichting.
's Nachts: de klok
Zet de vier richtingen als een wijzerplaat: noord is 12 uur, oost 3 uur, zuid 6 uur, west 9 uur. Het aantal flikkeringen volgt die klok.
- Noord — onafgebroken snel flikkerlicht, op de kaart Q of VQ.
- Oost — groepen van 3 flikkeringen, bijvoorbeeld VQ(3) 5s.
- Zuid — groepen van 6 flikkeringen, gevolgd door één lange schittering: VQ(6) + LFl 10s. Die lange schittering is er juist om zuid van oost te onderscheiden.
- West — groepen van 9 flikkeringen, bijvoorbeeld VQ(9) 10s.
Q staat voor quick, VQ voor very quick — 100 tot 120 flikkeringen per minuut. Het getal achter de s is de periode: de tijd waarin het hele patroon zich herhaalt.
Verwar ze niet met deze twee
Veilig vaarwater. Een rood-wit verticaal gestreepte ton, ook wel verkenningston of middenvaarwaterboei. Daar kun je rondom veilig langs; hij markeert het midden of de aanloop van een vaarwater. Hij heeft nooit een topteken — een radarreflector of zonnepaneel telt daarbij niet als topteken.
Afzonderlijk gevaar. Een zwart-rood gestreepte markering ligt bóven een obstakel, bijvoorbeeld een wrak of een betonblok. Die vaar je op ruime afstand voorbij, ongeacht de windrichting.
Waar je ze tegenkomt
Op ruim water vooral: het IJsselmeer, het Markermeer, de Zeeuwse stromen en de Waddenzee. Maar ook binnen de dijken duiken ze op waar iets onder water doorloopt — bijvoorbeeld bij havenwerken in een stad.
Het andere systeem, dat het vaarwater zelf begrenst, staat in laterale betonning. In de cursus Klein Vaarbewijs 1 oefen je beide met beeldvragen zoals ze op het examen voorkomen.
Onderwerpen
Verder lezen
- Verkeerstekens op het water lezenJe komt op het water zelden een bord tegen. Staat er een, dan is het belangrijk — en de kunst zit vooral in het lezen van de pijlen.
- Rood of groen: aan welke kant hoort die ton?De hele betonning is opgezet vanuit één gedachte: iemand die vanaf zee ons land binnenvaart. Wie die richting kent, weet altijd aan welke kant hij moet zitten.
- Welke lichten voer je 's nachts op een klein schip?Drie toegestane combinaties voor een motorboot, een aparte regeling voor zeilschepen, en één veelgemaakte fout: motor bijzetten verandert je verlichting.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.