Naar de inhoud

Opleiding voor 3 CBR-examens op het water

BPR of RPR: op vijf vaarwegen gelden andere regels

Eén sluis verder geldt een ander reglement. Het verschil dat er echt toe doet past in één zin: onder het RPR wijkt een klein schip altijd.

Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen

Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen

Op vrijwel al het Nederlandse binnenwater geldt het Binnenvaartpolitiereglement. Op vijf vaarwegen niet: de Boven-Rijn, de Waal tot vlak voor Gorinchem, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek tot Krimpen aan de Lek. Daar geldt het Rijnvaartpolitiereglement, en dat is aanmerkelijk strenger voor kleine schepen.

Waarom er twee zijn

Het RPR is opgesteld door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, met Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Nederland en België aan tafel. Het regelt de doorgaande vaarweg tussen de Noordzeehavens en het Duitse achterland en is dus geschreven vanuit het perspectief van de beroepsvaart. Het BPR is geschreven voor gemengd gebruik van het water, met onderling begrip als uitgangspunt. Dat verschil in vertrekpunt verklaart bijna elk verschil in de regels.

Het verschil dat er in de praktijk toe doet

In RPR-gebied moet een klein schip altijd voorrang verlenen aan een groot schip. Er is geen omstandigheid waarin dat omdraait. Onder het BPR bestaan die omstandigheden wel: een klein schip dat de stuurboordwal volgt heeft voorrang, en in een engte met stroom wijkt zelfs een groot schip dat tegen de stroom in vaart.

Vaar je van de Maas via Sint Andries de Waal op, dan schuif je met één sluis van het ene reglement naar het andere. Voor de rest van die tocht betekent het: uit de vaargeul blijven en uit de weg gaan, zonder verdere afwegingen.

Alle verschillen naast elkaar

OnderwerpBPRRPR
Voorrang klein–grootklein wijkt, met uitzonderingenklein wijkt altijd
Engte met stroomtegen stroom wijkt, ook als het groot isklein wijkt voor groot, ook met stroom mee
Vissersschipgeldt als groot schipvalt niet onder die uitzondering
Sleepboot korter dan 20 mgroot zolang hij daadwerkelijk sleeptgroot als hij het volgens certificaat mág slepen
Verlichting motorboot < 7 mrondom schijnend wit licht magboordlichten verplicht, ook onder 7 meter
Klein zeilschip 's nachtsrondom wit licht alleen onder 7 meterrondom wit licht mag, plus tweede licht bij nadering
Reglement aan boordook op kleine schepen, behalve open botenniet verplicht op kleine schepen
Minimumleeftijd aan het roer12 of 16 jaar, afhankelijk van de boot16 jaar voor motorschepen
Oplopen door zeilschepenbij voorkeur aan loefzijde, mag aan lijverplicht aan loefzijde
B.9-teken bij hoofdvaarwatergeldt voor alle schepenalleen tussen grote schepen onderling

Wat wél hetzelfde blijft

De basis verandert niet: dezelfde geluidsseinen, dezelfde betonning, dezelfde grens van 0,5 promille voor iedereen die koers of snelheid bepaalt, en dezelfde regels bij slecht zicht. Je leert dus niet twee reglementen. Je leert het BPR en onthoudt de tien plekken waar het RPR strenger is.

Weten waar je bent

De grens loopt met de rivier mee en niet met de provincie. De Waal heet bij Gorinchem opeens Boven-Merwede, en daar geldt weer het BPR. In de vaarwegtabellen van de wateralmanak staat per traject welk reglement van kracht is; op de kaart valt de overgang meestal samen met een sluis of een splitsing.

Op het examen

Vragen hierover bestaan bijna altijd uit een situatie plus de mededeling "op de Waal" of "op de Maas". Die ene aanduiding bepaalt het antwoord volledig. Lees dus eerst waar het speelt en pas daarna wat er gebeurt. Dat is de goedkoopste puntenwinst van dit hele onderdeel. Zie ook de voorrangsvolgorde en waar de punten liggen. In les 4 van de opleiding staan de verschillen met beeld naast elkaar.

Onderwerpen

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.