Geluidsseinen: drie moet je kunnen geven, de rest moet je herkennen
Een geluidssein geef je om een aanvaring te voorkomen, niet uit beleefdheid. Dat onderscheid bepaalt zowel wanneer je toetert als wanneer je dat juist niet doet.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen
Een korte stoot duurt ongeveer een seconde, een lange ongeveer vier. Daarmee is het hele systeem opgebouwd: één korte betekent "ik ga stuurboord uit", twee korte "ik ga bakboord uit", drie korte "ik sla achteruit", vier korte "ik kan niet manoeuvreren". Eén lange stoot is het attentiesein, herhaalde lange stoten zijn het noodsein.
| Sein | Betekenis |
|---|---|
| één korte stoot | ik ga stuurboord uit |
| twee korte stoten | ik ga bakboord uit |
| drie korte stoten | ik sla achteruit |
| vier korte stoten | ik kan niet manoeuvreren |
| één lange stoot | attentiesein |
| herhaalde lange stoten | noodsein |
| reeks zeer korte stoten | gevaar voor aanvaring |
| lang – kort – lang | verzoek een brug of sluis te bedienen |
Een zeer korte stoot duurt een kwart seconde; een reeks daarvan telt minstens zes stoten en duurt bij elkaar zo'n vier seconden.
De drie die je zelf moet kunnen geven
Een klein schip hoeft niet alle seinen te kunnen produceren, maar deze drie wel:
- het attentiesein (één lange stoot, bij een onoverzichtelijke bocht of engte;
- "ik kan niet manoeuvreren") vier korte stoten, bij motorpech of een defect roer;
- het noodsein: herhaalde lange stoten, uitsluitend bij brand, zinken of iemand overboord.
Wanneer je juist niets geeft
Dit is de kant die in de meeste uitleg ontbreekt. Een sein bestaat om een gevaarlijke situatie af te wenden, niet om aan te kondigen dat je gaat sturen. Kijk eerst rondom en vooral achterom; kan de manoeuvre veilig, dan hoeft er geen sein. Vaart er niemand achter je, dan geef je geen drie korte stoten omdat je achteruitslaat.
Hetzelfde geldt bij bruggen en sluizen. De brugwachter ziet je meestal allang. Lang–kort–lang toeteren omdat het langer duurt dan je hoopte, wordt gelezen als ongeduld, en niet als verzoek.
Seinen die je alleen hoort
Grote schepen mogen seinen geven die kleine schepen niet gebruiken. Ze herkennen is nuttig, want ze vertellen je precies wat er staat te gebeuren:
- lang + één kort, ik ga over stuurboord keren;
- lang + twee kort, ik ga over bakboord keren;
- twee lang + één kort, ik wil je aan stuurboord voorbijlopen;
- twee lang + twee kort, ik wil je aan bakboord voorbijlopen;
- drie lange stoten: ik kom uit een nevenvaarwater of haven en steek het hoofdvaarwater over;
- kort – lang, minstens een kwartier herhaald, het blijf-weg-sein van een schip met gevaarlijke stoffen. Blijf zo ver mogelijk bovenwinds uit de buurt en waarschuw de autoriteiten.
Geeft een groot schip een sein, dan gaat tegelijk een helder geel rondom schijnend fluitlicht branden. Daarmee zie je wélk schip het sein gaf, nuttig als er meerdere in de buurt liggen.
Bij slecht zicht
Een schip dat niet op radar vaart geeft als mistsein één lange stoot, herhaald met tussenpozen van hoogstens een minuut. Een klein schip is daartoe niet verplicht maar mag het wel. Lig je stil op een gevaarlijke plek, dus niet gestrekt langs de kant, dan geef je je positie door zodra je een schip hoort naderen, of je slaat een reeks klokslagen. Meer hierover in varen bij mist en slecht zicht.
In nood zonder hoorn
Zwaai rechtop staand met beide armen, langzaam en groot, gewoon zwaaien wordt als groeten gelezen. Zwaai rond met een rode vlag, of 's nachts met een licht. Roep de schepen in de buurt op via de marifoon, en op ruim water de Kustwacht. Anders 112 of het Kustwachtcentrum. Rode vuurpijlen en rookpotten zijn voor werkelijke nood en niet voor pech.
Wat je verder doet als iemand overboord slaat, staat in man overboord. Op het examen worden de seinen uitgeschreven als korte en lange stoten; in de opleiding kun je ze met geluid erbij oefenen.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst de voorrangsregels op het binnenwater.
Verder lezen
- BPR of RPR: op vijf vaarwegen gelden andere regelsEén sluis verder geldt een ander reglement. Het verschil dat er echt toe doet past in één zin: onder het RPR wijkt een klein schip altijd.
- Engtes: de stroom beslist wie er als eerste door magEen engte is een versmalling waar je elkaar niet kunt passeren. Wie er als eerste door mag hangt aan één vraag: loopt er stroom of niet?
- Dagtekens: hoe een schip zonder marifoon iets tegen je zegtEen bol, een kegel of een ruit aan de mast is geen versiering maar een mededeling. Vaak is het de enige manier waarop een schip je iets kan vertellen.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.