Lozen: de tank is niet verplicht, het lozen is verboden
Toiletwater overboord mag niet. Een vuilwatertank inbouwen hoeft niet. Dat verschil verklaart vrijwel alle verwarring over deze regel.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen
De inhoud van het toilet mag niet overboord. Het inbouwen van een vuilwatertank is daarentegen niet algemeen verplicht. Wie die twee door elkaar haalt, en dat gebeurt in vrijwel elke havendiscussie, komt uit op de conclusie dat de regel niet voor hem geldt.
Waar het misverstand vandaan komt
Er zijn twee regelingen die op elkaar lijken. Het lozingsverbod zegt: geen toiletwater vanaf een pleziervaartuig het water in. Daarnaast schrijft een Europese richtlijn voor dat er een vuilwatertank geïnstalleerd moet zijn: maar die geldt alleen voor pleziervaartuigen die in Nederland gebouwd of nieuw geïmporteerd worden, en verplicht niet tot gebruik ervan.
De praktische samenvatting is eenvoudig: hoe je het oplost mag je zelf weten, dat het niet overboord gaat is geen keuze.
De vier oplossingen
- Vuilwatertank. Het toilet loost in een tank die je bij een uitpompstation laat leegpompen. De meeste jachthavens hebben er een.
- Chemisch toilet. Goedkoper, minder ruimte, te legen op een daarvoor bestemd punt aan de wal.
- Droogtoilet. Scheidt vast en vloeibaar afval; geen tank, geen pomp, geen chemicaliën.
- Vaker aanleggen. Voor dagvaart met een open boot meestal de eenvoudigste route.
Een gecertificeerde zuiveringsinstallatie mag het gezuiverde water wél lozen, maar dat is voor de meeste pleziervaartuigen een dure oplossing voor een klein probleem.
Waarom het meer is dan een formaliteit
Nederlandse binnenwateren zijn ondiep en de doorstroming is beperkt. Wat in een jachthaven of recreatieplas geloosd wordt, blijft daar staan. Het gaat om zwemwaterkwaliteit en om het zuurstofgehalte op precies de plekken waar iedereen ligt: inclusief jijzelf, de week erna.
De rest van je afval
Huisvuil, olie, bilgewater met olie erin, restanten verf en oplosmiddelen horen aan de wal in de daarvoor bestemde inzameling. Bilgewater met een olielaagje is geen "beetje water": één liter olie vervuilt een aanzienlijke hoeveelheid oppervlaktewater, en het is bovendien de makkelijkst vast te stellen overtreding die er bestaat, een glanzende vlek achter je boot is van ver zichtbaar.
Op het examen
Het lozingsverbod hoort bij techniek en veiligheid aan boord, samen met uitrusting, brandbestrijding en de accu. Dat onderdeel is goed voor ongeveer twaalf van de tachtig punten: te weinig om er dagen aan te besteden, te veel om over te slaan. Zie waar de punten liggen en wat er aan boord moet liggen. Het onderdeel staat in les 5 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst de verplichte uitrusting aan boord.
Verder lezen
- Ankeren: het houdt door de hoek, niet door het gewichtEen anker houdt doordat de trek horizontaal is. Daarom is de lengte van je lijn belangrijker dan het gewicht van je anker, en dat is contra-intuïtief.
- Brand aan boord: de verkeerde blusser maakt het ergerVet met water geeft een explosie. Poeder op een draaiende motor is einde motor. Blussen is geen kwestie van iets pakken dat in de buurt hangt.
- Man overboord: blijf aan het roerDe eerste minuut bepaalt de afloop. Wie van het roer wegloopt om te helpen, verliest precies het overzicht dat nodig is om iemand terug te vinden.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.