Aan boord: de wettelijke lijst is korter dan de verstandige
Wat wettelijk moet op een gewone pleziervaartuig is opvallend weinig. De eisen zitten vooral in het schip zelf, niet in wat je meeneemt.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen
Voor een gewoon pleziervaartuig op binnenwater is de wettelijke uitrustingslijst kort, de zware eisen gelden voor snelle motorboten. Waar de wet wél veel over zegt, is de inrichting van het schip zelf.
Eisen aan het schip
- Voetlijst langs de buitenkant van het gangboord, minimaal 2,5 centimeter hoog, zodat je op een nat en hellend dek niet met je voet over de rand glijdt.
- Reling van minstens zestig centimeter vanaf het dek. Dit is de effectiefste bescherming tegen overboord slaan; zeiljachten hebben vaak een dubbele draadreling op scepters.
- Zwemtrap, neerklapbaar, met minstens twee treden onder water als hij uitstaat. Zonder die twee treden kom je vanuit het water nauwelijks omhoog, en dat is precies het moment waarop je hem nodig hebt.
- Vluchtluik in elke afsluitbare verblijfsruimte, met een opening van minimaal vijftig bij vijftig centimeter, groot genoeg om er met kleren aan doorheen te komen. Zit het hoog, dan hoort er binnen een opstapje te zijn.
Op een snelle motorboot ligt het anders
Daar is de lijst wel hard: registratiebewijs aan boord, registratieteken aan weerszijden, motoronderbrekingsknop met dodemanskoord om pols of been, voor iedere opvarende een reddingsvest onder handbereik, en een brandblusser van minstens twee kilo. Zie snelle motorboot en waterscooter.
Wat verstandig is, ook zonder plicht
- Een reddingsvest per opvarende, met het drijfvermogen dat bij jouw water hoort. Zie reddingsvest of zwemvest.
- Reddingsboei met lijn, op een plek waar je hem in één beweging pakt.
- Brandblusser met Rijkskeurmerk bij de ingang van kajuit of motorruimte, elke twee jaar gekeurd. Zie brand aan boord.
- Lenspomp, bij voorkeur elektrisch met vlotterschakelaar plus een handpomp die je vanuit de kuip bedient. Houd de korf om de aanzuigmond schoon, anders slaat de pomp dicht op precies het verkeerde moment.
- Anker met voldoende ketting en lijn, ook op een motorboot: bij motorpech in stroming is het anker je rem. Zie ankeren.
- Radarreflector als je op ruim water komt, een polyester bootje is op een scheepsradar bijna onzichtbaar.
- Kaart of vaaralmanak op papier, ook als je normaal op je telefoon vaart. Batterijen raken leeg op het verkeerde moment.
- Zaklamp, verplicht bruikbaar als tweede licht op kleine zeilboten en verder altijd nuttig.
Het reglement aan boord
Onder het BPR moet het reglement aan boord aanwezig zijn, ook op kleine schepen: behalve op kleine open schepen zoals een open motorboot, open zeilboot, roeiboot, kano of zeilplank. Een digitale versie die je op elk moment kunt raadplegen voldoet. Onder het RPR geldt die plicht niet voor kleine schepen.
Wat de romp je vertelt
De rompvorm bepaalt hoe je boot zich in golven gedraagt. Een enkelknikspant beweegt schokkerig en is niet geschikt voor zee. Een multiknikspant loopt soepeler naarmate er meer knikken zijn. Een rondspant met een zware kielbalk herstelt zich het best en is zowel op zee als binnendijks bruikbaar, al helt hij bij stilliggen meer over zodra iedereen aan één kant gaat staan.
Voor het milieu geldt een eigen set regels: zie wat je wel en niet mag lozen. Eisen aan uitrusting en inrichting komen terug in les 5 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Verder lezen
- Ankeren: het houdt door de hoek, niet door het gewichtEen anker houdt doordat de trek horizontaal is. Daarom is de lengte van je lijn belangrijker dan het gewicht van je anker, en dat is contra-intuïtief.
- Brand aan boord: de verkeerde blusser maakt het ergerVet met water geeft een explosie. Poeder op een draaiende motor is einde motor. Blussen is geen kwestie van iets pakken dat in de buurt hangt.
- Lozen: de tank is niet verplicht, het lozen is verbodenToiletwater overboord mag niet. Een vuilwatertank inbouwen hoeft niet. Dat verschil verklaart vrijwel alle verwarring over deze regel.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.