Naar de inhoud

Brand aan boord: welk blusmiddel waarvoor

Een verkeerde blusser maakt een brand groter. Vet met water is een explosie, poeder op een draaiende motor is einde motor.

Laurens Leeuwenberg · Docent Klein Vaarbewijs, oprichter Vaarbewijsinstituut

Bijgewerkt 4 augustus 20263 min lezen

Kort antwoord: op een pleziervaartuig met motor hoort minimaal één deugdelijke brandblusser van ten minste 2 kilo — op een snelle motorboot is dat verplicht. Welke je nodig hebt, hangt af van wat er kan branden: A voor vaste stoffen, B voor vloeistoffen, C voor gas, F voor frituurvet.

De branddriehoek

Vuur heeft drie dingen tegelijk nodig: brandbaar materiaal, zuurstof en een hoge temperatuur. Neem er één weg en de brand stopt. Elk blusmiddel doet niets anders dan dat: water koelt, schuim en een blusdeken sluiten de zuurstof af, poeder onderbreekt de chemische reactie.

De brandklassen

KlasseWat er brandtWaarmee blussen
Ahout, textiel, papier, kunststofwater of schuim
Bbenzine, diesel, olie, verf, terpentineschuim of poeder — nooit water
Cpropaan, butaan, aardgas, lpgpoeder; eerst de kraan dicht
Dmetalen zoals magnesium en aluminiumspeciaal metaalpoeder
Ffrituurvet en bakolievetblusser (sproeischuim-F) of blusdeken

Klasse E — elektriciteitsbranden — bestaat in Nederland niet meer. Elektriciteit kan wel de oorzaak zijn van een brand, maar brandt zelf niet.

De twee fouten die het vaakst gemaakt worden

Water op een vloeistofbrand. Brandende olie of diesel drijft op water. Je verspreidt de brand dus over het hele schip in plaats van hem te doven.

Water of poeder op een vetbrand. Heet vet en water geven een explosie. Met poeder krijg je een frituurbrand niet uit, en met gewoon schuim ontstaat er stoom in een kleine kombuis. Heb je geen vetblusser: bron uit (gaskraan dicht, knop op uit), voorzichtig de deksel erop of een natte doek of blusdeken erover, en de pan laten staan. Ga er vooral niet mee lopen — door beweging komt er zuurstof bij en laait het opnieuw op.

Poeder, schuim of gas?

Poederblusser. Binnen en buiten bruikbaar, vriest niet, geleidt geen stroom. Nadelen: je ziet niets meer in een kleine ruimte, hij koelt nauwelijks (dus de brand kan opnieuw oplaaien) en het poeder tast metaal aan. Blus je een lopende motor met poeder, dan zuigt die de zouten op en is hij rijp voor de sloop. Richt bij een vloeistofbrand net bóven de brandhaard, nooit recht in de vloeistof — anders spat het alle kanten op.

Schuimblusser. Geschikt voor A- en B-branden, veilig in een gesloten ruimte, koelt goed. Niet geschikt voor gasbranden, kan stroom geleiden en kan bevriezen. Er zijn varianten met antivries tot ongeveer zes graden onder nul; die hebben wel minder capaciteit. Bij strenge vorst haal je de blusser van boord.

Blusdeken. Ideaal voor kleine branden en voor kleding die vlam vat. Minimaal 180 bij 180 centimeter, en liever met drie lagen: bij een frituurbrand kan een dunne deken zelf vlam vatten.

Vaste installatie. Voor een grote motorruimte is een gasblusinstallatie (bijvoorbeeld FM 200) het meest geschikt: geen nevenschade, niet geleidend, niet schadelijk voor personen. Nadeel is dat het alleen als installatie bestaat, niet als losse blusser.

Waar hangt de blusser?

Bij de ingang van het stuurhuis, de kajuit of de motorruimte — dus op de plek waar je hem pakt vóórdat je de ruimte in gaat. Nooit buiten: zon zorgt voor oververhitting, regen voor roest en vorst voor bevriezing. Let bij aanschaf op het Rijkskeurmerk, en laat de blusser in de watersport ten minste elke twee jaar keuren door een brandbeveiligingsbedrijf.

Brand in de motorruimte

Open het luik niet. Elke centimeter die je opent, geeft de brand zuurstof. Waarschuw eerst de opvarenden en de scheepvaart in de buurt; heb je een marifoon, doe dan direct een noodoproep. Blus zo mogelijk via een blusopening of een vaste installatie, en zet de brandstoftoevoer en de motor uit.

Ga bij twijfel voor het schip liggen dat je kunt vervangen en de mensen die je niet kunt vervangen: opvarenden met reddingsvest aan, verzamelen aan de kant waar de wind vandaan komt, en hulp waarschuwen.

Zie ook wat er aan boord hoort te liggen en het verschil tussen een reddingsvest en een zwemvest. Brandklassen en blusmiddelen zijn examenstof: ze staan in les 5 van de cursus Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De cursus Klein Vaarbewijs 1 behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden.