Brand aan boord: de verkeerde blusser maakt het erger
Vet met water geeft een explosie. Poeder op een draaiende motor is einde motor. Blussen is geen kwestie van iets pakken dat in de buurt hangt.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen
Op een pleziervaartuig met motor hoort minstens één deugdelijke brandblusser van twee kilo of meer; op een snelle motorboot is dat verplicht. Wélke blusser hangt af van wat er kan branden, en dat is geen detail: het verkeerde middel maakt een kleine brand groot.
De branddriehoek verklaart alle blusmiddelen
Vuur heeft drie dingen tegelijk nodig: brandbaar materiaal, zuurstof en een hoge temperatuur. Neem er één weg en de brand stopt. Meer doet geen enkel blusmiddel: water koelt, schuim en een blusdeken sluiten de zuurstof af, poeder onderbreekt de chemische reactie.
De brandklassen
| Klasse | Wat er brandt | Waarmee blussen |
|---|---|---|
| A | hout, textiel, papier, kunststof | water of schuim |
| B | benzine, diesel, olie, verf, terpentine | schuim of poeder: nooit water |
| C | propaan, butaan, aardgas, lpg | poeder; eerst de kraan dicht |
| D | metalen zoals magnesium en aluminium | speciaal metaalpoeder |
| F | frituurvet en bakolie | vetblusser (sproeischuim-F) of blusdeken |
Klasse E, elektriciteitsbranden, bestaat in Nederland niet meer als aparte klasse. Elektriciteit kan de oorzaak van een brand zijn, maar brandt zelf niet.
De twee fouten die het vaakst gemaakt worden
Water op een vloeistofbrand. Brandende olie of diesel drijft op water. Je verdeelt de brand dus over het schip in plaats van hem te doven.
Water of poeder op een vetbrand. Heet vet en water geven een explosie. Met poeder krijg je een frituurbrand niet uit, en met gewoon schuim ontstaat er stoom in een kleine kombuis. Heb je geen vetblusser: bron uit (gaskraan dicht, knop op nul) dan voorzichtig de deksel erop of een natte doek of blusdeken erover, en de pan laten staan. Loop er vooral niet mee: door de beweging komt er zuurstof bij en laait het opnieuw op.
Poeder, schuim of gas?
Poeder. Binnen en buiten bruikbaar, vriest niet, geleidt geen stroom. Daar staat tegenover dat je in een kleine ruimte niets meer ziet, dat het nauwelijks koelt, dus de brand kan opnieuw oplaaien, en dat het poeder metaal aantast. Blus je een lopende motor met poeder, dan zuigt die de zouten op en is hij rijp voor de sloop. Richt bij een vloeistofbrand net bóven de brandhaard, nooit recht in de vloeistof, anders spat het alle kanten op.
Schuim. Geschikt voor A- en B-branden, veilig in een gesloten ruimte, koelt goed. Niet geschikt voor gasbranden, kan stroom geleiden en kan bevriezen. Er zijn varianten met antivries tot ongeveer zes graden onder nul, met minder capaciteit. Bij strenge vorst haal je de blusser van boord.
Blusdeken. Uitstekend voor kleine branden en voor kleding die vlam vat. Minimaal 180 bij 180 centimeter, en liever met drie lagen: bij een frituurbrand kan een dunne deken zelf vlam vatten.
Vaste installatie. Voor een grote motorruimte is een gasblusinstallatie het meest geschikt: geen nevenschade, niet geleidend, niet schadelijk voor personen. Het bestaat alleen als installatie, niet als losse blusser.
Waar hij hangt, telt
Bij de ingang van het stuurhuis, de kajuit of de motorruimte, dus op de plek waar je hem pakt vóórdat je die ruimte binnengaat. Nooit buiten: zon geeft oververhitting, regen roest, vorst bevriezing. Let bij aanschaf op het Rijkskeurmerk en laat een blusser in de watersport minstens elke twee jaar keuren.
Brand in de motorruimte: houd het luik dicht
Elke centimeter die je opent, geeft de brand zuurstof. Waarschuw eerst de opvarenden en de scheepvaart in de buurt; heb je een marifoon, doe dan meteen een noodoproep. Blus zo mogelijk via een blusopening of een vaste installatie, en zet de brandstoftoevoer en de motor uit.
Bij twijfel kies je voor het schip dat vervangbaar is boven de mensen die dat niet zijn: iedereen een reddingsvest aan, verzamelen aan de kant waar de wind vandaan komt, hulp waarschuwen.
Zie ook wat er aan boord hoort te liggen en het verschil tussen reddingsvest en zwemvest. Brandklassen en blusmiddelen zijn examenstof en staan in les 5 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst welke veiligheidsmiddelen je bij je moet hebben.
Verder lezen
- Ankeren: het houdt door de hoek, niet door het gewichtEen anker houdt doordat de trek horizontaal is. Daarom is de lengte van je lijn belangrijker dan het gewicht van je anker, en dat is contra-intuïtief.
- Lozen: de tank is niet verplicht, het lozen is verbodenToiletwater overboord mag niet. Een vuilwatertank inbouwen hoeft niet. Dat verschil verklaart vrijwel alle verwarring over deze regel.
- Man overboord: blijf aan het roerDe eerste minuut bepaalt de afloop. Wie van het roer wegloopt om te helpen, verliest precies het overzicht dat nodig is om iemand terug te vinden.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.