Naar de inhoud

Opleiding voor 3 CBR-examens op het water

Reddingsvest of zwemvest: het verschil merk je te laat

Een vest van vijftig newton is geen reddingsvest. Dat onderscheid doet er precies dan toe wanneer je het zelf niet meer in de hand hebt.

Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen

Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen

Een zwemvest van vijftig newton geeft extra drijfvermogen, maar je moet zelf blijven bewegen. Een reddingsvest van honderd newton of meer draait je automatisch op je rug zodat je luchtwegen vrijblijven, ook als je buiten bewustzijn bent. Alleen dat laatste geldt als goedgekeurd reddingsmiddel, en bij een controle op een snelle motorboot wordt een zwemvest niet geaccepteerd.

DrijfvermogenTypeWaarvoor
50N (EN 393)zwemvesthulpmiddel bij zwemmen; niet veilig bij bewusteloosheid
100N (EN 395)reddingsvestbinnenwater, beschut water, lichte kleding
150N (EN 396)reddingsvestruim water zoals het IJsselmeer; ook voor niet-zwemmers
275N (EN 399)reddingsvestopen zee, zware omstandigheden, waterdichte kleding

Tien newton komt neer op ongeveer een kilo extra drijfvermogen. In het water weegt je lichaam bijna niets meer; het vest moet vooral je hoofd boven water houden en je omdraaien. Kijk op het label voor welk gewicht en postuur het bedoeld is.

Waarom een zeilpak om 275N vraagt

Val je met een wind- en waterdicht pak overboord, dan blijft er lucht in dat pak zitten. Die luchtbel werkt tegen bij het omdraaien, en 150N heeft dan te weinig kracht om je op je rug te krijgen. Daarom is de zwaarste categorie niet alleen iets voor zeezeilers.

En doe geen laarzen aan op het dek. Lopen ze vol, dan trekken ze je omlaag.

Vaste vulling, halfautomatisch of volautomatisch

  • Vaste vulling. Schuim, werkt altijd, geen techniek die kan falen. Ideaal voor kinderen, waterskiërs en surfers. Nadeel: omvangrijk.
  • Halfautomatisch. Je trekt zelf aan een koord, waarna een CO₂-patroon het vest vult. Niet geschikt voor iemand die buiten bewustzijn is, die trekt nergens aan.
  • Volautomatisch. Een zouttablet lost op in water en activeert het patroon. Werkt ook bij bewusteloosheid, maar wil jaarlijkse keuring omdat je afhankelijk bent van tablet en patroon. Draag hem over je kleding, en weet dat je hem desnoods met de mond kunt opblazen.

Wanneer een vest verplicht is

Voor gewone pleziervaart op binnenwater bestaat geen algemene draagplicht. De uitzonderingen zijn wel hard:

  • Snelle motorboot: voor iedere opvarende een reddingsvest onder handbereik. Een zwemvest of drijfkussen telt niet.
  • Waterscooter of jetski: de bestuurder draagt het vest, altijd.
  • Bedrijfsmatig vervoer: dragen bij het aan en van boord gaan, in de bijboot, bij werk buitenboord, en op dekken zonder doorlopende reling of verschansing van negentig centimeter.

Voor alle overige schepen is het advies één reddingsvest per opvarende aan boord. Reddingsmiddelen horen opvallend van kleur te zijn, oranje of geel, en te voldoen aan de Europese normen, herkenbaar aan de CE-markering.

Het vest dat je niet draagt, helpt niet

De meeste dodelijke ongevallen op het water zijn verdrinkingen na een val overboord, geen aanvaringen. Een vest onder een bank verandert daar niets aan: tegen de tijd dat je het nodig hebt, kun je er niet meer bij. Draag het bij slecht zicht, bij nacht, bij kou, met kinderen aan boord en op ruim water.

Wat je doet als het misgaat, staat in man overboord; wat er verder aan boord hoort in wat er aan boord moet liggen. De normen en het onderscheid worden op het examen gevraagd en staan in les 5 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.

Aanloop

Deze stof zit in het examen

De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.