Rood of groen: de betonning is bedacht vanuit iemand die vanaf zee komt
Het hele stelsel gaat uit van één persoon: iemand die vanaf zee ons land binnenvaart en de weg niet kent. Wie die richting kent, weet altijd waar hij zitten moet.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20263 min lezen
De betonning is ontworpen voor iemand die vanaf zee ons land binnenkomt en hier nog nooit is geweest. Die persoon hoeft maar één ding te weten: groen zit aan stuurboord, rood aan bakboord, precies zoals zijn eigen boordlichten. Kleur op kleur varen dus. Vaar je naar zee toe, dan is het omgekeerd.
Ook de nummering volgt die richting: die begint bij zee en loopt landinwaarts op, met oneven nummers op de groene tonnen en even nummers op de rode.
Vorm zegt hetzelfde als kleur
- Groen is spits (een kegel. Heeft de ton een topteken, dan is dat een groene kegel.
- Rood is stomp) een cilinder, met een rode cilinder als topteken.
Die dubbeling is opzettelijk: bij tegenlicht, in de schemering of bij kleurenblindheid blijft de vorm leesbaar als de kleur dat niet is.
Zie je een smalle, hoge markering, dan is dat een sparboei. Die worden gelegd waar stroom of ijsgang speelt: de stroom trekt hem minder snel onder water en ijs glijdt eraf. Vervangt hij een stompe ton, dan is hij cilindervormig; vervangt hij een spitse, dan loopt hij spits toe.
Eén ton, geen tweede
Tonnen worden zo spaarzaam mogelijk gelegd, en vaak zie je er maar één. De vraag is dan niet waar de geul ligt maar aan welke kant deze ton hoort. Bepaal daarvoor eerst je richting ten opzichte van zee: landinwaarts houd je groen aan stuurboord, zeewaarts aan bakboord.
Op de rivier: linkeroever en rechteroever
Hier zit de klassieke verwarring. De oevers worden benoemd vanaf de bron gezien, richting zee, precies tegengesteld aan de betonningsrichting. Kom je vanaf zee, dan heb je de linkeroever aan stuurboord en de rechteroever aan bakboord. Vaar je met de stroom mee, dan klopt het intuïtieve beeld wel.
Het voordeel van die afspraak is dat er maar één linker- en één rechteroever bestaat, ongeacht wie waarheen vaart. In marifoonverkeer kan daar dus geen misverstand over ontstaan, en dat is precies waarvoor het bedacht is.
Kribbakens en de neer erachter
Op rivieren liggen kribben: dammen dwars op de stroom die de hoofdstroom in het midden houden zodat er meer diep water is. Aan het uiteinde staat meestal een kribbaken: op de linkeroever een groene driehoek met de punt omhoog, op de rechteroever een rood baken met de punt omlaag. Kribbakens zijn niet genummerd; drijvende markering wel.
Blijf bij kribben uit de buurt. Tussen twee kribben ontstaat een neer: een tegenstroom die langs de oever terugloopt en vervolgens weer door de hoofdstroom wordt aangezogen. Dat trekt merkbaar aan je boot, en het gebeurt precies op het moment dat je denkt rustig langs de kant te varen.
Twee stelsels in Nederland
Binnen de zeedijken geldt SIGNI, het binnenvaartsysteem. Buiten de zeedijken geldt IALA-A: Waddenzee, Westerschelde, Eems en Dollard. In de praktijk verandert er weinig, de kleuren blijven wat ze zijn, maar het onderscheid komt op het examen terug.
Bij elke ton hoort een licht
's Nachts herken je markering aan haar lichtkarakter: isofase (even lang aan als uit), schitterlicht (kort aan, lang uit) en onderbroken licht (lang aan, kort uit). Op de kaart staat de periode erachter, bijvoorbeeld Iso.4s of Fl.6s. Daardoor weet je niet alleen dát er een ton ligt, maar ook welke.
Markering rond gevaren werkt anders: zie cardinale betonning. De borden langs de kant staan in verkeerstekens op het water. De hele betonning komt met beeldvragen terug in les 6 van de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Verder lezen
- Cardinale betonning: de kegels wijzen naar het veilige waterTwee zwarte kegels vertellen je aan welke kant van een wrak of plaat je veilig langs kunt. Eén regel dekt alle vier de vormen, en de klok dekt de nacht.
- Verlichting op een klein schip, en de fout die bijna iedereen maaktDrie toegestane combinaties voor een motorboot en een aparte regeling voor zeilschepen. En één fout die elke sluis vol zeilboten laat zien.
- Dagtekens: hoe een schip zonder marifoon iets tegen je zegtEen bol, een kegel of een ruit aan de mast is geen versiering maar een mededeling. Vaak is het de enige manier waarop een schip je iets kan vertellen.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.