Vanaf welke leeftijd mag je zelfstandig varen?
Vier categorieën, drie leeftijdsgrenzen. De grens van twaalf jaar is smaller dan de meeste ouders denken, en een zwaardere motor kan hem in één keer opschuiven naar achttien.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen
De minimumleeftijd voor varen staat los van de vaarbewijsplicht en hangt aan andere getallen: zeven meter en dertien kilometer per uur, in plaats van vijftien meter en twintig. Dat verschil is de bron van vrijwel elk misverstand hierover.
| Vaartuig | Minimumleeftijd |
|---|---|
| Roeiboot, kano, waterfiets, zeilboot korter dan 7 meter | geen |
| Open motorboot korter dan 7 meter die niet harder kan dan 13 km/u | 12 jaar |
| Motorschip of zeilschip vanaf 7 meter dat niet harder kan dan 20 km/u | 16 jaar |
| Snelle motorboot: sneller dan 20 km/u, inclusief waterscooter en jetski | 18 jaar |
De twaalfjaargrens is smal
Er staan drie voorwaarden in die regel en ze gelden alle drie tegelijk: open, korter dan zeven meter, en niet harder dan dertien kilometer per uur. Een rubberboot van tweeënhalve meter met drie pk voldoet. Zet er zes pk op en hetzelfde bootje haalt mogelijk meer dan twintig kilometer per uur. Dan is het een snelle motorboot en schiet de leeftijd door naar achttien, mét vaarbewijs. Eén motorwissel, drie regels verder.
Vanaf vijftien meter is leeftijd niet genoeg
Dan moet er ook een schipper met vaarbewijs aan boord zijn. Een zestienjarige mag aan het roer van een motorjacht van zestien meter staan, maar niet alleen: er hoort iemand bij die het vaarbewijs heeft en de leiding draagt.
Zeilen kent een eigen grens
Onder de zeven meter geldt geen minimumleeftijd, vanaf zeven meter zestien jaar. Een kind mag dus zelfstandig in een Optimist of een Laser, maar niet alleen op een zeiljacht van negen meter.
Examen doen mag eerder dan varen
Voor het examen Klein Vaarbewijs bestaat geen minimumleeftijd; je mag het op je zestiende afleggen. De pas wordt pas op je achttiende verjaardag afgegeven, en tot dat moment mag je niet zelfstandig op een vaarbewijsplichtig schip varen. Wie vroeg examen doet, heeft het getuigschrift alvast en hoeft de stof niet nog een keer te leren.
Slepen: er hoort een uitkijk naast je
Sleep je een waterskiër, een banaan of iets anders, dan zit er naast de bestuurder een uitkijk van minimaal vijftien jaar. Die uitkijk hoeft geen vaarbewijs te hebben maar moet de handseinen van de skiër kennen en doorgeven. De bestuurder heeft er wél een nodig: je vaart per definitie met een snelle motorboot.
Leeftijd zegt niets over wie de schipper is
Schipper is degene die de leiding heeft. Dat hoeft niet de oudste te zijn, niet de eigenaar, en niet degene die stuurt. Valt de schipper weg, dan neemt een ander die rol over: en dan telt bekwaamheid, niet leeftijd.
Wil je weten of jouw boot vaarbewijsplichtig is, lees dan welke twee eigenschappen dat bepalen. Ga je het halen, dan begin je bij de opleiding Klein Vaarbewijs 1.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst of jouw boot vaarbewijsplichtig is.
Verder lezen
- Boot huren zonder vaarbewijs: mag, maar je bent wel schipperVerhuurders kiezen hun vloot bewust net onder de vaarbewijsplicht. Dat zegt iets over de papieren en niets over wat je moet kunnen zodra je losgooit.
- Heb ik een vaarbewijs nodig? Twee eigenschappen van je boot beslissen hetNiet waar je vaart en niet hoe voorzichtig: de vaarbewijsplicht hangt aan wat je boot kán. Twee getallen beslissen het, en bij allebei zit een addertje.
- Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan 1? Het is vooral iets andersDeel 1 is onthouden, deel 2 is uitrekenen. Wie het lastig vindt struikelt zelden over de theorie, maar over koersen, getij en het werken met kaart en passer.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.