Vaarbewijs 1 en 2 achter elkaar: wanneer dat loont
Achter elkaar leren scheelt opstarten. Het verdubbelt ook de stof, en het zijn twee verschillende soorten stof. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.
Redactie Vaarbewijsinstituut · Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Bijgewerkt 19 augustus 20262 min lezen
Het kan, en voor wie zeker op ruim water gaat varen is het efficiënt. Begin er alleen niet aan omdat deel 2 er nu eenmaal "bij hoort": het is andere stof, met een ander type vragen, en de meeste vaarders in Nederland hebben het nooit nodig.
Eerst de vraag of het aan de orde is
Vaarbewijs 2 is alleen vereist als je met een vaarbewijsplichtig schip op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en Dollard, de Oosterschelde of de Westerschelde vaart. Alle overige binnenwateren vallen onder deel 1. Zie Vaarbewijs 1 of 2.
Wanneer achter elkaar verstandig is
- Je hebt een boot gekocht waarmee je dit seizoen het IJsselmeer of de Zeeuwse stromen op wilt.
- Je hebt een aaneengesloten periode: een winter, niet een reeks losse avonden.
- Rekenwerk met kaart, koersen en getij vind je prettig in plaats van vervelend.
De winst zit vooral in de aanloop: je zit al in de stof, hebt een leerritme, en hoeft niet twee keer op te starten.
Wanneer je beter spreidt
- Je vaart voorlopig op rivieren, kanalen en meren. Dan is deel 2 uitgestelde kennis die wegzakt voordat je hem gebruikt.
- Je hebt weinig aaneengesloten studietijd. Twee examens voorbereiden in dezelfde weken betekent dubbele stof en halve aandacht.
- Je merkte bij deel 1 al dat de reglementen veel vroegen. Er is weinig gewonnen door daar navigatie bovenop te leggen.
Twee soorten stof, twee soorten oefening
Deel 1 is grotendeels feitenkennis: lichten, tekens, seinen, voorrang, betonning. Dat leer je met herhaling. Deel 2 is doen: koersen omrekenen, posities bepalen uit peilingen, getijtabellen gebruiken, zeekaarten lezen. Dat leer je met sommen maken. Wie de twee door elkaar plant, oefent voor het één op de manier van het ander. Meer daarover in is Vaarbewijs 2 moeilijker.
Praktisch: niet op dezelfde dag
Twee keer zestig minuten met verschillende stof, achter elkaar, kost je punten in het tweede examen. Plan er één tot twee weken tussen. Slaag je voor beide, dan vraag je alleen de pas met de meeste bevoegdheden aan, twee aanvragen zijn niet nodig.
Begin je bij het eerste, dan is de opleiding Klein Vaarbewijs 1 het startpunt, en geeft de studietijd een realistisch beeld van wat je moet inplannen.
Onderwerpen
Begin hier
Nog niet zeker van de basis? Lees eerst de twee grenzen die de vaarbewijsplicht bepalen.
Verder lezen
- Is Vaarbewijs 2 moeilijker dan 1? Het is vooral iets andersDeel 1 is onthouden, deel 2 is uitrekenen. Wie het lastig vindt struikelt zelden over de theorie, maar over koersen, getij en het werken met kaart en passer.
- Vaarbewijs 1 of 2: je vaargebied beslist, niet je bootZeven wateren in Nederland vragen om het tweede vaarbewijs. Op alle andere volstaat het eerste, en die scheiding heeft niets met de grootte van je schip te maken.
- Waarom er voor het vaarbewijs geen praktijkexamen bestaatJe hoeft niet aan te tonen dat je kunt afmeren. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, en die keuze verklaart precies waar de examenvragen wél over gaan.
Aanloop
Deze stof zit in het examen
De opleiding behandelt precies wat het CBR toetst: negen lessen, 2.506 oefenvragen en 29 proefexamens onder examenomstandigheden. Twaalf maanden toegang, eenmalig te betalen.