# Vaarbewijs 1 en 2 achter elkaar: wanneer dat loont

> Achter elkaar leren scheelt opstarten. Het verdubbelt ook de stof, en het zijn twee verschillende soorten stof. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.

Bron: https://www.vaarbewijsinstituut.nl/kennisbank/vaarbewijs-1-en-2-tegelijk
Auteur: Redactie Vaarbewijsinstituut — Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Gepubliceerd: 2026-08-11
Bijgewerkt: 2026-08-19
Uitgever: Vaarbewijsinstituut (KvK 77593944)
Onderwerpen: Heb ik het nodig?, Het examen

---
Het kan, en voor wie zeker op ruim water gaat varen is het efficiënt. Begin er alleen niet aan omdat deel 2 er nu eenmaal "bij hoort": het is andere stof, met een ander type vragen, en de meeste vaarders in Nederland hebben het nooit nodig.

## Eerst de vraag of het aan de orde is

Vaarbewijs 2 is alleen vereist als je met een vaarbewijsplichtig schip op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en Dollard, de Oosterschelde of de Westerschelde vaart. Alle overige binnenwateren vallen onder deel 1. Zie [Vaarbewijs 1 of 2](/kennisbank/vaarbewijs-1-of-2).

## Wanneer achter elkaar verstandig is

- Je hebt een boot gekocht waarmee je dit seizoen het IJsselmeer of de Zeeuwse stromen op wilt.
- Je hebt een aaneengesloten periode: een winter, niet een reeks losse avonden.
- Rekenwerk met kaart, koersen en getij vind je prettig in plaats van vervelend.

De winst zit vooral in de aanloop: je zit al in de stof, hebt een leerritme, en hoeft niet twee keer op te starten.

## Wanneer je beter spreidt

- Je vaart voorlopig op rivieren, kanalen en meren. Dan is deel 2 uitgestelde kennis die wegzakt voordat je hem gebruikt.
- Je hebt weinig aaneengesloten studietijd. Twee examens voorbereiden in dezelfde weken betekent dubbele stof en halve aandacht.
- Je merkte bij deel 1 al dat de reglementen veel vroegen. Er is weinig gewonnen door daar navigatie bovenop te leggen.

## Twee soorten stof, twee soorten oefening

Deel 1 is grotendeels feitenkennis: lichten, tekens, seinen, voorrang, betonning. Dat leer je met herhaling. Deel 2 is doen: koersen omrekenen, posities bepalen uit peilingen, getijtabellen gebruiken, zeekaarten lezen. Dat leer je met sommen maken. Wie de twee door elkaar plant, oefent voor het één op de manier van het ander. Meer daarover in [is Vaarbewijs 2 moeilijker](/kennisbank/is-vaarbewijs-2-moeilijker).

## Praktisch: niet op dezelfde dag

Twee keer zestig minuten met verschillende stof, achter elkaar, kost je punten in het tweede examen. Plan er één tot twee weken tussen. Slaag je voor beide, dan vraag je alleen de pas met de meeste bevoegdheden aan, twee aanvragen zijn niet nodig.

Begin je bij het eerste, dan is de [opleiding Klein Vaarbewijs 1](/klein-vaarbewijs-1) het startpunt, en geeft [de studietijd](/kennisbank/hoeveel-tijd-kost-het-vaarbewijs) een realistisch beeld van wat je moet inplannen.
