# Man overboord: blijf aan het roer

> De eerste minuut bepaalt de afloop. Wie van het roer wegloopt om te helpen, verliest precies het overzicht dat nodig is om iemand terug te vinden.

Bron: https://www.vaarbewijsinstituut.nl/kennisbank/man-over-boord
Auteur: Redactie Vaarbewijsinstituut — Per bewering nagelopen tegen BPR, RPR en de CBR-exameneisen
Gepubliceerd: 2026-08-11
Bijgewerkt: 2026-08-19
Uitgever: Vaarbewijsinstituut (KvK 77593944)
Onderwerpen: Veiligheid aan boord, Manoeuvreren en techniek

---
De instinctieve reactie is opstaan en naar de reling lopen. Dat is de ene handeling die je niet moet doen: je raakt de drenkeling uit het oog en het schip stuurloos, allebei binnen seconden. Hieronder de volgorde die wel werkt.

## De zes stappen

1. **Blijf sturen.** Jij bent de enige die het schip kan terugbrengen. Helpen doet iemand anders.
2. **Iets drijvends te water.** Een reddingsboei, en anders alles wat drijft. De drenkeling ziet je achterschip verdwijnen; dat voorwerp is het bewijs dat er aan hem gedacht wordt.
3. **Markeer de plek.** De MOB-knop op de gps legt je positie als waypoint vast. Bij hoge golfslag gooi je een joon met vlaggetje, in het donker een drijfbaken met licht dat vanzelf gaat branden.
4. **Laat iemand wijzen.** Eén persoon die niets anders doet dan onafgebroken naar de drenkeling wijzen. Tussen de golven ben je iemand binnen een paar seconden kwijt, en dan vind je hem niet zomaar terug.
5. **Laat "zwem!" roepen.** Van schrik vergeten mensen te zwemmen, ook met alle diploma's op zak.
6. **Waarschuw hulp.** Met een marifoon een noodoproep naar de Kustwacht, de verkeersposten en de schepen in de buurt. Noem je gps-positie én globaal waar je bent ("twee uur geleden vertrokken uit Scheveningen, noordelijke koers") zodat er niet op de verkeerde plek gezocht wordt. Alleen een telefoon? 112 of het Kustwachtcentrum.

## Op een rivier is het eenvoudiger dan op ruim water

Vaar je tegen de stroom in, dan drijft de drenkeling met dezelfde hoofdstroom mee en brengt terugvaren je vanzelf in de buurt. Op ruim water ontbreekt die hulp volledig: daar bepaalt de snelheid waarmee je de positie vastlegt of je iemand terugvindt.

## De nadering

**Dwars bovenwinds** werkt in de meeste gevallen het best: je stopt het schip aan de kant waar de wind vandaan komt. Een lijn is dan met de wind mee makkelijk te werpen, en je schip, dat meer wind vangt dan een drijvend persoon, zet naar de drenkeling toe in plaats van ervandaan.

Zodra er contact is: **motor uit**. Niet in neutraal, want de schroef kan dan blijven meedraaien. Alleen bij een uitgeschakelde motor weet je zeker dat er niets meer draait vlak bij iemands benen.

## Aan boord krijgen

Maak de zwemtrap klaar; uitgeklapt horen er minstens twee treden onder water te zitten, anders kom je er vanuit het water niet op. Heb je geen trap, hang dan een dubbele lijn in een lus buitenboord als opstap. Iemand die kort in het water lag en bij bewustzijn is klimt meestal zelf; iemand die bewusteloos is trek je doorgaans het makkelijkst ruggelings aan boord.

## Wat de drenkeling zelf moet doen

Zo weinig mogelijk bewegen, mits hij drijft. Zwemmen kost warmte, en onderkoeling is in Nederlands water vaker fataal dan verdrinking. De HELP-houding houdt warmte vast: armen gekruist tegen de romp, schouders opgetrokken, knieën omhoog, benen gekruist. Stilliggen en wachten is daar geen passiviteit maar de beste overlevingskans.

## Vooraf regelen scheelt minuten

- Weet waar de reddingsboei ligt en of hij zonder gepruts lostrekt.
- Zorg dat iedereen weet welke knop op de gps de MOB-knop is.
- Draag een [reddingsvest](/kennisbank/reddingsvest-of-zwemvest) in plaats van het onder de bank te bewaren.
- Spreek vóór vertrek af wie stuurt en wie wijst.

Herhaalde lange stoten op de hoorn vormen het noodsein; zie [de geluidsseinen](/kennisbank/geluidsseinen). Deze stof valt onder veilig varen op het examen, zie de [opleiding Klein Vaarbewijs 1](/klein-vaarbewijs-1).
